Prinsjesdag 2020: de belangrijkste belastingwijzigingen

Prinsjesdag 2020: de belangrijkste belastingwijzigingen

Veel Prinsjesdag maatregelen waren al lang voor de derde dinsdag van september uitgelekt. Nu weten we definitief welke belastingmaatregelen wel of niet doorgevoerd worden. We zetten de belangrijkste belastingwijzigingen voor je op een rij.


Overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting verlaagd voor starters
Vanaf januari 2021 hoeven “starters” geen overdrachtsbelasting meer te betalen. Met starters worden mensen tussen de 18 en 35 jaar bedoeld die voor het eerst een woning kopen en er zelf in gaan wonen. Op dit moment bedraagt de overdrachtsbelasting twee procent. Je betaalt bij het kopen van een woning van €265.000 dus €5.300 belasting. Met deze maatregel hoopt de overheid dat een koopwoning eerder binnen het bereik van starters komt. Starters moeten wel een verklaring invullen.Voor startende kopers wellicht een reden om de koop van een eigen woning uit te stellen tot na 1 januari 2021. Alle voorwaarden staan in het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting.

Overdrachtsbelasting omhoog beleggende woningkoper
Waar starters minder gaan betalen, gaat de overdrachtsbelasting voor beleggers in woningen juist omhoog. Wie een woning koopt ter belegging, voor de verhuur of om door te verkopen, betaalt volgend jaar 8 procent belasting, wat bij een woningprijs van €300.000 neerkomt op een verhoging van €18.000. Hiermee hoopt de overheid dat ‘normale’ kopers meer kansen hebben bij het kopen van een woning. Ook dit staat in het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting. Bent u een beleggende woningkoper en heeft u vergaande plannen overweeg dan nog in 2020 de woning te kopen.


Inkomstenbelasting

Minder hypotheekrenteaftrek bij hoog inkomen
Huishoudens met een hoger inkomen gaan vanaf 2021 minder profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Bij een inkomen hoger dan €68.507 wordt het aftrekpercentage 43%  in plaats van 46%. Ook rente over restschulden, giften en alimentatie zijn tegen dit lagere percentage aftrekbaar.

Vrijstelling vermogensbelasting naar €50.000 (Wetsvoorstel aanpassing box 3)
Op dit moment betaal je belasting als je meer dan €30.846 (of €61.692 met fiscaal partner) aan vermogen hebt. Deze vrijstelling gaat volgend jaar naar €50.000 of het dubbele bij fiscaal partnerschap. De verhoging is vooralsnog een tijdelijke oplossing. De politiek wil de belasting in box-3 meer structureel wijzigen maar plannen daarvoor zijn tot nog toe gesneuveld.

Box-3 blijft bestaan uit drie schijven, waarbij de bovengrens per schijf hoger ligt. Samengevat is de grootste wijziging dat je iets meer belasting gaat betalen over het vermogen waarmee je belegd. Over spaargeld gaat het belastingpercentage juist iets omlaag. Het tarief gaat waarschijnlijk stijgen van 30% naar 31%.

Inkomstenbelasting eerste schijf omlaag
Het kabinet heeft één miljard euro gereserveerd voor lastenverlichting. Sinds 2020 is er sprake van een twee-schijvenstelsel voor de loon- en inkomstenbelasting. Het basistarief – voor inkomens tot €68.507 – wordt in 2021 verlaagd van 37,35% naar 37,10%. Het belastingtarief in de tweede schijf blijft volgend jaar gelijk met 49,50%.

Arbeidskorting en algemene heffingskorting
De arbeidskorting is vervroegd van 2022 naar 2021. Alle werkenden gaan minder belasting betalen. Door deze wijziging zal iemand die bijvoorbeeld €20.000 verdient €122 minder belasting betalen dan in 2020. Bij een inkomen van €40.000 is het verschil €428. Daarnaast wordt de algemene heffingskorting volgend jaar extra verhoogd voor mensen met een inkomen tot €68.507. Lagere inkomens merken hier het meest van.

Bonus zorgmedewerkers
Werk je in de zorg en heeft de coronacrisis direct of indirect gevolgen voor jou gehad? In die situatie heb je onder voorwaarden recht op een bonus van €1.000 netto. Bovenop dit bedrag werd recent een nieuwe bonus van €500 in 2021 aangekondigd. Aangekondigd is dat deze bonussen belastingvrij worden uitbetaald.

Zelfstandigenaftrek verder verlaagd
De zelfstandigenaftrek voor IB-ondernemers en ZZP-ers wordt verder verlaagd en afgebouwd met een extra afname van €110 per jaar (afname was €250 en wordt €360 per jaar). Deze maatregel is genomen om het verschil in de fiscale behandeling van werknemers en zelfstandigen verder te verkleinen. De zelfstandigenaftrek was in 2019 nog €7.280 in 2020 €7.023, wordt in 2021 €6.670 en in 2022 €6.310. Daarna volgt een afbouw tot het niveau van €3.240 in 2036.


Vennootschapsbelasting

Wijziging van het tarief van de vennootschapsbelasting
De eerder in het vooruitzicht gestelde verlaging van het toptarief in de vennootschapsbelasting tot 21,7% is definitief teruggedraaid, waardoor het toptarief 25% blijft. De verlaging van het ‘opstaptarief’ naar 15% vindt wel doorgang. De eerste schijf wordt achtereenvolgens verlengd tot een belastbaar bedrag van €245.000 (2021) en €395.000 (2022). De tariefstructuur zal er dan als volgt uitzien (de cijfers voor 2020 dienen ter vergelijking).

Jaar202020212022
Opstaptarief16.5% (belastbaar bedrag tot € 200.000)15.0% (belastbaar bedrag tot € 245.00015,0% (belastbaar bedrag tot € 395.000)
Toptarief25,0% (belastbaar bedrag vanaf € 200.000 25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 245.000 25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 395.000

Het vennootschapsbelastingtarief voor kwalificerende inkomsten uit de innovatiebox zal per 1 januari 2021 worden verhoogd van 7% naar 9%.

Wettelijke introductie van de fiscale coronareserve
In overeenstemming met het eerder gepubliceerde Besluit noodmaatregelen coronacrisis mogen belastingplichtigen in hun aangifte vennootschapsbelasting over 2019 een reserve vormen voor de verliezen die zij in het boekjaar 2020 naar verwachting zullen leiden, voor zover die verband houden met de gevolgen van de coronacrisis. Als reeds aangifte is gedaan, kan een aanvulling op de aangifte worden ingediend.

Het in aanmerking te nemen verlies mag niet groter zijn dan het totale verlies dat over 2020 verwacht wordt. De dotatie aan de coronareserve mag ook niet hoger zijn dan de in 2019 behaalde winst vóór de vorming van die reserve. De reserve wordt vervolgens in het boekjaar 2020 weer in de winst opgenomen. Op die manier kan sneller rekening worden gehouden met coronagerelateerde verliezen dan op grond van reguliere verliesverrekening het geval zou zijn.

Wijziging van de antiwinstdrainageregeling
Volgens de antiwinstdrainageregeling (art. 10a Wet VPB 1969) zijn renten (kosten en valutaresultaten daaronder begrepen) onder omstandigheden niet aftrekbaar. Dit geldt momenteel voor zowel positieve als negatieve posten, waardoor onder meer positieve valutaresultaten zijn vrijgesteld. Daarom is het op dit moment mogelijk dat de antiwinstdrainageregeling per saldo voorziet in een vrijstelling. Voorgesteld wordt de vrijstelling van een positief valutaresultaat te beperken tot het bedrag van de niet-aftrekbare kosten van de desbetreffende lening.

Samenloop anti-hybride regels en earningsstrippingmaatregel
Indien rentelasten niet-aftrekbaar zijn op basis van de anti-hybride regels, worden deze rentelasten niet meegenomen voor de toepassing van de earningsstrippingmaatregel (renteaftrekbeperking tot 30% EBITDA). Voor de toepassing van de anti-hybride regels zijn de rentelasten wel aftrekbaar als er sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen. Op dit moment is het niet duidelijk welk deel van de rentelasten in feite aftrekbaar is als gevolg van het dubbel in aanmerking genomen inkomen, indien de kosten die onder het toepassingsbereik van de anti-hybride regeling vallen bestaan uit zowel rentelasten als andere lasten. Het voorstel voorziet in een regel om het dubbel in aanmerking genomen inkomen pro rata toe te rekenen aan de rentelasten en andere lasten. Dezelfde systematiek is van toepassing indien de anti-hybride regels ertoe leiden dat rentebaten in de Nederlandse heffingsgrondslag worden opgenomen (secundaire regel). Een soortgelijke pro rata benadering zal gelden voor situaties waarin er in een later jaar sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen.

Liquidatie- en stakingsverliesregeling
Er is een voorstel gepubliceerd om het toepassingsbereik van de zogenaamde liquidatieverliesregeling in de deelnemingsvrijstelling (art. 13d Wet VPB 1969) en de stakingsverliesregeling voor vaste inrichtingen (art. 15i Wet VPB 1969) aanzienlijk te beperken. Er wordt een temporele beperking ingevoerd met als gevolg dat een liquidatie- of stakingsverlies enkel kan worden benut binnen drie jaar nadat de activiteiten zijn beëindigd of het besluit daartoe is genomen (temporele eis). Een liquidatieverlies op een deelneming is alleen aftrekbaar als de Nederlandse moedermaatschappij een beslissende invloed heeft op de besluitvorming van de dochteronderneming (kwantitatieve eis) en de dochteronderneming zelf in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat is gevestigd (territoriale eis). Met betrekking tot het stakingsverlies van een vaste inrichting is de kwantitatieve eis niet van toepassing. Het voorstel voorziet in een doelmatigheidsdrempel waardoor belastingplichtigen niet worden geconfronteerd met de (kwantitatieve en territoriale) beperkingen indien het liquidatie- of stakingsverlies maximaal €5 miljoen bedraagt.


Overige belastingen en maatregelen

Andere aangekondigde maatregelen
De staatssecretaris heeft al twee aanvullingen op bovenstaande maatregelen aangekondigd die in de belastingplannen voor 2021 zullen worden opgenomen:

  • een maatregel om investeringen aan te moedigen door middel van een loonbelastingkorting die gerelateerd is aan het bedrag van de investering;
  • een maatregel om de verrekening van verliezen (voorwaarts en achterwaarts) van meer dan € 1 miljoen te beperken tot maximaal 50% van de resterende winst (in combinatie met een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening).

Vrijstelling voor de TOGS en de Subsidie vaste lasten
Coronasteunmaatregelen.
In verband met de coronacrisis zijn verschillende steunmaatregelen genomen. Voor schade die is geleden door de coronamaatregelen kunnen ondernemingen aanspraak maken op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Verder kunnen ondernemingen voor vier maanden een tegemoetkoming krijgen voor hun vaste lasten, op basis van de Subsidie vaste lasten. Omdat ondernemingen in de inkomsten- en vennootschapsbelasting belasting zijn verschuldigd over hun totale winst, zouden ook deze overheidssubsidies in beginsel belast zijn. Om dat te voorkomen wordt wettelijk vastgelegd dat voor de ontvangen overheidssteun een vrijstelling geldt in beide belastingen. Dit was al geregeld in een beleidsbesluit. In Caribisch Nederland geldt om dezelfde reden een vrijstelling van inkomstenbelasting voor de tegemoetkomingen die ondernemingen hebben ontvangen.

Baangerelateerde investeringskorting
Het kabinet heeft nu al een nota van wijziging op het Belastingplan 2021 aangekondigd die voorziet in de invoering van een zogenoemde baangerelateerde investeringskorting per 1 januari 2021. Op grond van deze regeling mogen ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de verschuldigde loonheffing.

Aanpassen vrije ruimte werkkostenregeling
De werkkostenregeling bepaalt de ruimte waarbinnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers kunnen geven zonder dat deze belast worden, de zogenoemde vrije ruimte. Sinds 1 januari 2020 geldt per werkgever een vrije ruimte van 1,7% van de fiscale loonsom tot en met €400.000 vermeerderd met 1,2% van het restant van de loonsom. In het kader van de coronamaatregelen is eerder goedgekeurd dat over 2020 de vrije ruimte wordt verhoogd tot 3% over de eerste €400.000. Dit wordt nu wettelijk vastgelegd. De verruiming moet het voor werkgevers makkelijker maken om hun werknemers in de moeilijke coronatijd een extraatje te kunnen geven.

Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten
Een specifieke regeling voor een vrijstelling van loonheffing voor scholingskosten gemaakt na beëindiging van het dienstverband  door de coronacrisis.


Voor alle aangekondigde wetswijzigingen geldt dat Ster Belastingadvies u kan informeren en adviseren omtrent de gevolgen voor u en uw onderneming.

Bronnen: Ministerie van Financiën: Belastingplan 2021 / Nieuwsbericht Rijksoverheid 15 september 2020 / Deloitte Belastingplan 2021 overzicht 15 september 2020 bewerkt door mr. R.D.G.M. van der Spek RB

Deel dit artikel: