Van eenmanszaak naar BV: hoe en waarom?

bv

Uit de plannen van het kabinet wordt één ding duidelijk. De eenmanszaak of VOF wordt in de komende jaren een heel stuk minder voordelig. Dit komt door de lagere zelfstandigenaftrek voor ondernemers en door de aftrek van deze en andere ondernemersfaciliteiten tegen het laagste tarief in de inkomstenbelasting in plaats van het hoogste tarief.

Het is dan ook te overwegen om de goed draaiende eenmanszaak of VOF om te zetten in een BV. De BV kan gebruik maken van het voordelige MKB vennootschapsbelastingtarief van 15%. Verder geldt voor BV’s een beperkte aansprakelijkheid en is een betere bescherming van uw privé-vermogen mogelijk. Een mogelijk te verwachten tweede lockdown in Corano-tijd zou kunnen leiden tot een stijging van het aantal faillissementen.  De goede BV-structuur biedt, in tegenstelling tot een eenmanszaak of VOF, in die situatie een betere bescherming voor de ondernemer en zijn (privé) bezittingen.


Drie manieren om een eenmanszaak om te zetten in een bv

Er zijn 3 manieren om een eenmanszaak om te zetten in een BV. Iedere manier heeft voor- en nadelen. Onderstaand leest u in het kort de voor- en nadelen.

Activa-passivatransactie
Wilt u snel, eenvoudig en goedkoop uw eenmanszaak omzetten naar een BV en heeft u in de eenmanszaak geen stille of fiscale reserves? Dan is de activa-passivatransactie de meest geschikte optie. Na oprichting van een Holding-BV en een Werk-BV bij een notaris, verkoopt u alle bezittingen en schulden (activa en passiva) aan deze BV’s. Voor deze transactie heeft u een activa-passiva overeenkomstovereenkomst nodig. Verder heeft u diverse andere overeenkomsten nodig om de transacties tussen uzelf in privé en de BV en transacties tussen de BV’s onderling goed te kunnen regelen en schriftelijk vast te leggen. Wij kunnen u behulpzaam zijn bij het opstellen van deze overeenkomsten.

Let op: Inkomstenbelasting te betalen over stille reserves
Zijn er nog stille reserves aanwezig in uw eenmanszaak? Zoals bijvoorbeeld goodwill of een meerwaarde? Dan moet u inkomstenbelasting over de stille- en fiscale reserves betalen. Hierdoor is een activa-passivatransactie met de BV in dat geval niet geschikt.

Ruisende inbreng
Wilt u uw onderneming binnen 3 jaar verkopen en / of  uw eenmanszaak met terugwerkende kracht omzetten in een BV? Dan is ruisende inbreng de meest geschikte manier. Wat is de te volgen route? Via de notaris wordt een Holding-BV en een Werk-BV opgericht. Uw onderneming wordt ingebracht in de Werk-BV Hiervoor moet een akte van inbreng worden opgesteld. Hierin staan alle activa en passiva van uw eenmanszaak die overgaan naar de BV tegen de waarden in het economisch verkeer. De notaris zorgt vervolgens voor inschrijving van de BV en uitschrijving van de eenmanszaak bij KVK. De meerwaarden van de eenmanszaak komen op de balans van de BV. Daarover moet u inkomstenbelasting betalen. Van de stakingswinst mag u een gering bedrag aan stakingsaftrek aftrekken. Tevens is het mogelijk voor een deel van de stakingswinst een lijfrente te bedingen waardoor belastingheffing kan worden uitgesteld.

Op deze manier kunt u uw eenmanszaak ruisend omzetten met 3 maanden terugwerkende kracht. U moet dan wel een intentieverklaring opsturen aan de Belastingdienst. Daarin laat u weten uw eenmanszaak ruisend om te zetten in een BV. U moet dit doen vóór 1 april van het lopende jaar. De geboekte resultaten vanaf 1 januari komen dan op de balans van de BV. U bespaart zo belasting. U heeft tot 1 oktober van dat jaar de mogelijkheid om uw eenmanszaak daadwerkelijk om te zetten naar uw nieuwe bv.

Geruisloze inbreng
Met de geruisloze inbreng kunt u uw eenmanszaak ook met terugwerkende kracht omzetten. Het verschil met ruisende inbreng is dat de termijn 15 maanden is, in plaats van 3 maanden. In tegenstelling tot de ruisende inbreng gaat de onderneming via een geruisloze inbreng wél verder met dezelfde boekwaarden. Dit is dan ook het voordeel van de geruisloze inbreng: u hoeft geen belasting over de meerwaarde van uw eenmanszaak te betalen. Uw nieuwe BV start dus met een balans die gelijk is aan de eindbalans van de eenmanszaak. De Belastingdienst stelt wel enige voorwaarden aan de geruisloze inbreng.

Wat moet er gebeuren? U stelt eerst samen met een uw boekhouder en uw fiscaal adviseur de stakingsbalans en een inbrengbeschrijving op. Hierop staan alle activa en passiva die overgaan naar de BV. Deze beschrijving moet ook bij oprichting van de BV’s mee naar de notaris. Die stelt aan de hand van de inbrengbeschrijving een akte van inbreng op. De notaris zorgt vervolgens voor inschrijving van de BV en uitschrijving van de eenmanszaak bij KVK. Verder zal (bij voorkeur door uw fiscaal adviseur) nog een verzoek aan de Belastingdienst moeten worden gestuurd waarin wordt gevraagd om toepassing van de geruisloze inbreng.

Let op: Het is belangrijk een goede keuze te maken voor één van de drie manieren.

De keuze is zeer afhankelijk van uw fiscale positie en van uw voortuitzichten / plannen. Wij kunnen u adviseren over de voor en nadelen. Verder is het van groot belang dat alle overeenkomsten tussen u en de BV op een juiste wijze schriftelijk worden vastgelegd. Denk hierbij aan de volgende overeenkomsten: arbeidsovereenkomst directeur-aandeelhouder, rekening-courantovereenkomst, leningsovereenkomst, aandeelhoudersovereenkomst en managementovereenkomst. De beschermende werking van de BV-structuur wordt alleen bereikt indien alle formeel juridische zaken goed zijn geregeld.


Conclusie:

Het wordt in 2020 en 2021 voordeliger om van uw eenmanszaak of VOF een BV te maken. Redenen om dit te doen zijn: minder persoonlijke aansprakelijkheid, fiscale voordelen, het spreiden van risico’s en / of een eenvoudige opzet om uw onderneming in de toekomst te kunnen verkopen. De omzetting van uw eenmanszaak of VOF in een goede BV-structuur kan grote voordelen opleveren maar is maatwerk.

Bron: mr. Ron D.G.M. van der Spek, 21 september 2020

Prinsjesdag 2020: de belangrijkste belastingwijzigingen

Belastingplan 2020

Veel Prinsjesdag maatregelen waren al lang voor de derde dinsdag van september uitgelekt. Nu weten we definitief welke belastingmaatregelen wel of niet doorgevoerd worden. We zetten de belangrijkste belastingwijzigingen voor je op een rij.


Overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting verlaagd voor starters
Vanaf januari 2021 hoeven “starters” geen overdrachtsbelasting meer te betalen. Met starters worden mensen tussen de 18 en 35 jaar bedoeld die voor het eerst een woning kopen en er zelf in gaan wonen. Op dit moment bedraagt de overdrachtsbelasting twee procent. Je betaalt bij het kopen van een woning van €265.000 dus €5.300 belasting. Met deze maatregel hoopt de overheid dat een koopwoning eerder binnen het bereik van starters komt. Starters moeten wel een verklaring invullen.Voor startende kopers wellicht een reden om de koop van een eigen woning uit te stellen tot na 1 januari 2021. Alle voorwaarden staan in het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting.

Overdrachtsbelasting omhoog beleggende woningkoper
Waar starters minder gaan betalen, gaat de overdrachtsbelasting voor beleggers in woningen juist omhoog. Wie een woning koopt ter belegging, voor de verhuur of om door te verkopen, betaalt volgend jaar 8 procent belasting, wat bij een woningprijs van €300.000 neerkomt op een verhoging van €18.000. Hiermee hoopt de overheid dat ‘normale’ kopers meer kansen hebben bij het kopen van een woning. Ook dit staat in het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting. Bent u een beleggende woningkoper en heeft u vergaande plannen overweeg dan nog in 2020 de woning te kopen.


Inkomstenbelasting

Minder hypotheekrenteaftrek bij hoog inkomen
Huishoudens met een hoger inkomen gaan vanaf 2021 minder profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Bij een inkomen hoger dan €68.507 wordt het aftrekpercentage 43%  in plaats van 46%. Ook rente over restschulden, giften en alimentatie zijn tegen dit lagere percentage aftrekbaar.

Vrijstelling vermogensbelasting naar €50.000 (Wetsvoorstel aanpassing box 3)
Op dit moment betaal je belasting als je meer dan €30.846 (of €61.692 met fiscaal partner) aan vermogen hebt. Deze vrijstelling gaat volgend jaar naar €50.000 of het dubbele bij fiscaal partnerschap. De verhoging is vooralsnog een tijdelijke oplossing. De politiek wil de belasting in box-3 meer structureel wijzigen maar plannen daarvoor zijn tot nog toe gesneuveld.

Box-3 blijft bestaan uit drie schijven, waarbij de bovengrens per schijf hoger ligt. Samengevat is de grootste wijziging dat je iets meer belasting gaat betalen over het vermogen waarmee je belegd. Over spaargeld gaat het belastingpercentage juist iets omlaag. Het tarief gaat waarschijnlijk stijgen van 30% naar 31%.

Inkomstenbelasting eerste schijf omlaag
Het kabinet heeft één miljard euro gereserveerd voor lastenverlichting. Sinds 2020 is er sprake van een twee-schijvenstelsel voor de loon- en inkomstenbelasting. Het basistarief – voor inkomens tot €68.507 – wordt in 2021 verlaagd van 37,35% naar 37,10%. Het belastingtarief in de tweede schijf blijft volgend jaar gelijk met 49,50%.

Arbeidskorting en algemene heffingskorting
De arbeidskorting is vervroegd van 2022 naar 2021. Alle werkenden gaan minder belasting betalen. Door deze wijziging zal iemand die bijvoorbeeld €20.000 verdient €122 minder belasting betalen dan in 2020. Bij een inkomen van €40.000 is het verschil €428. Daarnaast wordt de algemene heffingskorting volgend jaar extra verhoogd voor mensen met een inkomen tot €68.507. Lagere inkomens merken hier het meest van.

Bonus zorgmedewerkers
Werk je in de zorg en heeft de coronacrisis direct of indirect gevolgen voor jou gehad? In die situatie heb je onder voorwaarden recht op een bonus van €1.000 netto. Bovenop dit bedrag werd recent een nieuwe bonus van €500 in 2021 aangekondigd. Aangekondigd is dat deze bonussen belastingvrij worden uitbetaald.

Zelfstandigenaftrek verder verlaagd
De zelfstandigenaftrek voor IB-ondernemers en ZZP-ers wordt verder verlaagd en afgebouwd met een extra afname van €110 per jaar (afname was €250 en wordt €360 per jaar). Deze maatregel is genomen om het verschil in de fiscale behandeling van werknemers en zelfstandigen verder te verkleinen. De zelfstandigenaftrek was in 2019 nog €7.280 in 2020 €7.023, wordt in 2021 €6.670 en in 2022 €6.310. Daarna volgt een afbouw tot het niveau van €3.240 in 2036.


Vennootschapsbelasting

Wijziging van het tarief van de vennootschapsbelasting
De eerder in het vooruitzicht gestelde verlaging van het toptarief in de vennootschapsbelasting tot 21,7% is definitief teruggedraaid, waardoor het toptarief 25% blijft. De verlaging van het ‘opstaptarief’ naar 15% vindt wel doorgang. De eerste schijf wordt achtereenvolgens verlengd tot een belastbaar bedrag van €245.000 (2021) en €395.000 (2022). De tariefstructuur zal er dan als volgt uitzien (de cijfers voor 2020 dienen ter vergelijking).

Jaar202020212022
Opstaptarief16.5% (belastbaar bedrag tot € 200.000)15.0% (belastbaar bedrag tot € 245.00015,0% (belastbaar bedrag tot € 395.000)
Toptarief25,0% (belastbaar bedrag vanaf € 200.000 25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 245.000 25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 395.000

Het vennootschapsbelastingtarief voor kwalificerende inkomsten uit de innovatiebox zal per 1 januari 2021 worden verhoogd van 7% naar 9%.

Wettelijke introductie van de fiscale coronareserve
In overeenstemming met het eerder gepubliceerde Besluit noodmaatregelen coronacrisis mogen belastingplichtigen in hun aangifte vennootschapsbelasting over 2019 een reserve vormen voor de verliezen die zij in het boekjaar 2020 naar verwachting zullen leiden, voor zover die verband houden met de gevolgen van de coronacrisis. Als reeds aangifte is gedaan, kan een aanvulling op de aangifte worden ingediend.

Het in aanmerking te nemen verlies mag niet groter zijn dan het totale verlies dat over 2020 verwacht wordt. De dotatie aan de coronareserve mag ook niet hoger zijn dan de in 2019 behaalde winst vóór de vorming van die reserve. De reserve wordt vervolgens in het boekjaar 2020 weer in de winst opgenomen. Op die manier kan sneller rekening worden gehouden met coronagerelateerde verliezen dan op grond van reguliere verliesverrekening het geval zou zijn.

Wijziging van de antiwinstdrainageregeling
Volgens de antiwinstdrainageregeling (art. 10a Wet VPB 1969) zijn renten (kosten en valutaresultaten daaronder begrepen) onder omstandigheden niet aftrekbaar. Dit geldt momenteel voor zowel positieve als negatieve posten, waardoor onder meer positieve valutaresultaten zijn vrijgesteld. Daarom is het op dit moment mogelijk dat de antiwinstdrainageregeling per saldo voorziet in een vrijstelling. Voorgesteld wordt de vrijstelling van een positief valutaresultaat te beperken tot het bedrag van de niet-aftrekbare kosten van de desbetreffende lening.

Samenloop anti-hybride regels en earningsstrippingmaatregel
Indien rentelasten niet-aftrekbaar zijn op basis van de anti-hybride regels, worden deze rentelasten niet meegenomen voor de toepassing van de earningsstrippingmaatregel (renteaftrekbeperking tot 30% EBITDA). Voor de toepassing van de anti-hybride regels zijn de rentelasten wel aftrekbaar als er sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen. Op dit moment is het niet duidelijk welk deel van de rentelasten in feite aftrekbaar is als gevolg van het dubbel in aanmerking genomen inkomen, indien de kosten die onder het toepassingsbereik van de anti-hybride regeling vallen bestaan uit zowel rentelasten als andere lasten. Het voorstel voorziet in een regel om het dubbel in aanmerking genomen inkomen pro rata toe te rekenen aan de rentelasten en andere lasten. Dezelfde systematiek is van toepassing indien de anti-hybride regels ertoe leiden dat rentebaten in de Nederlandse heffingsgrondslag worden opgenomen (secundaire regel). Een soortgelijke pro rata benadering zal gelden voor situaties waarin er in een later jaar sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen.

Liquidatie- en stakingsverliesregeling
Er is een voorstel gepubliceerd om het toepassingsbereik van de zogenaamde liquidatieverliesregeling in de deelnemingsvrijstelling (art. 13d Wet VPB 1969) en de stakingsverliesregeling voor vaste inrichtingen (art. 15i Wet VPB 1969) aanzienlijk te beperken. Er wordt een temporele beperking ingevoerd met als gevolg dat een liquidatie- of stakingsverlies enkel kan worden benut binnen drie jaar nadat de activiteiten zijn beëindigd of het besluit daartoe is genomen (temporele eis). Een liquidatieverlies op een deelneming is alleen aftrekbaar als de Nederlandse moedermaatschappij een beslissende invloed heeft op de besluitvorming van de dochteronderneming (kwantitatieve eis) en de dochteronderneming zelf in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat is gevestigd (territoriale eis). Met betrekking tot het stakingsverlies van een vaste inrichting is de kwantitatieve eis niet van toepassing. Het voorstel voorziet in een doelmatigheidsdrempel waardoor belastingplichtigen niet worden geconfronteerd met de (kwantitatieve en territoriale) beperkingen indien het liquidatie- of stakingsverlies maximaal €5 miljoen bedraagt.


Overige belastingen en maatregelen

Andere aangekondigde maatregelen
De staatssecretaris heeft al twee aanvullingen op bovenstaande maatregelen aangekondigd die in de belastingplannen voor 2021 zullen worden opgenomen:

  • een maatregel om investeringen aan te moedigen door middel van een loonbelastingkorting die gerelateerd is aan het bedrag van de investering;
  • een maatregel om de verrekening van verliezen (voorwaarts en achterwaarts) van meer dan € 1 miljoen te beperken tot maximaal 50% van de resterende winst (in combinatie met een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening).

Vrijstelling voor de TOGS en de Subsidie vaste lasten
Coronasteunmaatregelen.
In verband met de coronacrisis zijn verschillende steunmaatregelen genomen. Voor schade die is geleden door de coronamaatregelen kunnen ondernemingen aanspraak maken op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Verder kunnen ondernemingen voor vier maanden een tegemoetkoming krijgen voor hun vaste lasten, op basis van de Subsidie vaste lasten. Omdat ondernemingen in de inkomsten- en vennootschapsbelasting belasting zijn verschuldigd over hun totale winst, zouden ook deze overheidssubsidies in beginsel belast zijn. Om dat te voorkomen wordt wettelijk vastgelegd dat voor de ontvangen overheidssteun een vrijstelling geldt in beide belastingen. Dit was al geregeld in een beleidsbesluit. In Caribisch Nederland geldt om dezelfde reden een vrijstelling van inkomstenbelasting voor de tegemoetkomingen die ondernemingen hebben ontvangen.

Baangerelateerde investeringskorting
Het kabinet heeft nu al een nota van wijziging op het Belastingplan 2021 aangekondigd die voorziet in de invoering van een zogenoemde baangerelateerde investeringskorting per 1 januari 2021. Op grond van deze regeling mogen ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de verschuldigde loonheffing.

Aanpassen vrije ruimte werkkostenregeling
De werkkostenregeling bepaalt de ruimte waarbinnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers kunnen geven zonder dat deze belast worden, de zogenoemde vrije ruimte. Sinds 1 januari 2020 geldt per werkgever een vrije ruimte van 1,7% van de fiscale loonsom tot en met €400.000 vermeerderd met 1,2% van het restant van de loonsom. In het kader van de coronamaatregelen is eerder goedgekeurd dat over 2020 de vrije ruimte wordt verhoogd tot 3% over de eerste €400.000. Dit wordt nu wettelijk vastgelegd. De verruiming moet het voor werkgevers makkelijker maken om hun werknemers in de moeilijke coronatijd een extraatje te kunnen geven.

Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten
Een specifieke regeling voor een vrijstelling van loonheffing voor scholingskosten gemaakt na beëindiging van het dienstverband  door de coronacrisis.


Voor alle aangekondigde wetswijzigingen geldt dat Ster Belastingadvies u kan informeren en adviseren omtrent de gevolgen voor u en uw onderneming.

Bronnen: Ministerie van Financiën: Belastingplan 2021 / Nieuwsbericht Rijksoverheid 15 september 2020 / Deloitte Belastingplan 2021 overzicht 15 september 2020 bewerkt door mr. R.D.G.M. van der Spek RB

Elektrische auto van de zaak

tesla

Denkt u erover om een elektrische auto van de zaak aan te schaffen? Laat u goed informeren. De laatste tijd zijn er veel wijzigingen op dit gebied geweest.  Een samenvatting van de belangrijkste fiscale regels en voordelen per 1 september 2020.


Elektrisch rijden als ondernemer

Is een elektrische auto van de zaak ook iets voor u als ondernemer? Om een goed overwogen keuze te maken, hebben we een aantal veelgestelde vragen over zakelijk elektrisch rijden op een rij gezet:


Elektrische auto van de zaak, wat levert het op?

Elektrische auto’s zijn niet voor niets zo populair, er zijn belangrijke voordelen aan verbonden. Denk hierbij natuurlijk aan het milieu-aspect en het bijbehorende goede imago.  Je stoot met een elektrische auto namelijk 35% tot 55% minder CO2 uit dan met een vergelijkbare auto op benzine. 

Zakelijk elektrisch rijden heeft ook voordelen voor je portemonnee: zo hoef je minder bijtelling te betalen en kun je gebruik maken van speciale regelingen van de overheid. 

De energiekosten van een elektrische auto zijn gemiddeld een stuk lager dan die van een auto op benzine of diesel. Volgens de ANWB betaal je gemiddeld 5,4 cent elektriciteitskosten per kilometer bij een elektrische auto en 10 cent per kilometer aan brandstofkosten voor een vergelijkbare brandstofauto. 

Over de onderhoudskosten van een elektrische auto is nog niet zoveel bekend. Wel kun je aannemen dat de onderhoudskosten bij 8.000 kilometer per jaar 35% lager zijn dan bij een auto die op benzine rijdt. Dit komt doordat er minder onderdelen in een elektrische auto zitten.


Wat zijn de bijkomende kosten?

Omdat een volledig elektrische auto op stroom rijdt, hoef je niet meer te tanken. Toch zijn er wel andere kosten om rekening mee te houden. Wil je bijvoorbeeld een eigen laadpaal aan huis? Dan moet je een aparte stroomgroep laten aanleggen in je meterkast. 

Sommige auto’s hebben een speciale driefasenaansluiting nodig. Voor de benodigde netverzwaring moet je een eenmalig bedrag betalen aan je netbeheerder.


Elektrische auto van de zaak of 
privé, wat is voordeliger?

Wanneer je de elektrische auto op de zaak zet, kun je profiteren van de fiscale voordelen die we verderop in het artikel noemen. Ook mag je gebruik maken van aftrekposten en mag je btw aftrekken. In het algemeen kunnen we stellen dat het gunstiger is om de auto privé te blijven rijden wanneer je autokosten (zoals brandstof, verzekeringen en onderhoud) bij elkaar opgeteld lager zijn dan de bijtelling.

In dit geval mag je €0,19 per gereden kilometer opgeven als zakelijke kosten. Betaal je meer aan autokosten? Dan kun je de auto beter op de zaak zetten.


Speciale voordelen elektrische auto van
de zaak/privé

Zet je de elektrische auto op je eigen naam? Dan kun je profiteren van een nieuwe regeling voor consumenten. Je kunt van 1 juli 2020 tot eind 2025 subsidie aanvragen voor de aankoop van een elektrische auto met een oorspronkelijke cataloguswaarde tussen de €12.000 en €45.000. De actieradius moet minimaal 120 kilometer zijn. Voldoet de auto aan de voorwaarden? Dan krijg je €4.000 voor een nieuwe elektrische auto en €2.000 voor een tweedehands exemplaar.


Wat zijn de overwegingen bij kopen of leasen van een elektrische auto?

Er zijn drie manieren om een elektrische auto te gaan rijden: 

  1. Kopen met eigen middelen
  2. Aanschaffen met financial lease:
    In dit geval is de auto van jou, maar ga je een soort lening aan met een vast maandbedrag. Je lost de lening in 3-5 jaar af.
  3. Huren’ via operational lease.
    Bij operational lease betaal je een vast bedrag per maand, na afloop van het contract geef je de auto terug aan de leasemaatschappij.

Het grote voordeel van het leasen van een elektrische auto is dat je niet ineens een grote som geld hoeft neer te tellen, hierdoor houd je meer geld in kas voor andere doeleinden.


Fiscale voordelen elektrische auto

Een van de grote voordelen van een elektrische auto van de zaak, is dat je in aanmerking komt voor verschillende fiscale voordelen. Het is raadzaam om voor de aanschaf van een elektrische auto advies te vragen.


Bijtelling elektrische auto van de zaak

Rijd je meer dan 500 kilometer privé per jaar? Dan moet je een bijtelling betalen van standaard 22%. Rijd je een elektrische auto? Dan hoef je minder bijtelling te betalen. In 2020 is het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s 8% met een budgetplafond van €45.000. Boven dat bedrag betaal je de standaard 22% bijtelling die ook voor auto’s op benzine of diesel geldt. Met een duurdere elektrische auto ben je dus fiscaal ongunstig uit.

De komende jaren gaat de bijtelling voor elektrische auto’s verder veranderen: 

  • In 2021 gaat de bijtelling naar 12% met een budgetplafond van € 40.000.
  • Van 2022 tot en met 2024 betaal je 16% bijtelling.
  • In 2025 betaal je 17% bijtelling.
  • Na 2026 betaal je de standaard 22% bijtelling.


Rekenmodel elektrisch rijden

Benieuwd hoe dat er in 2020 in de praktijk uitziet wanneer je de auto least? In dit rekenvoorbeeld nemen we een leaseauto van €40.000:

Leaseauto op benzine of dieselElektrische leaseauto
Bijtellingspercentage: 22%Bijtellingspercentage: 8%
Bijtelling: € 8.800Bijtelling: € 3.200
Belastingtarief: 37,35%Belastingtarief: 37,35%
Extra inkomstenbelasting: € 3.286,80/jaar Extra inkomstenbelasting: € 1195,20/jaar

Let op: hier is het effect van de bijtelling op de heffingskortingen nog niet meegenomen. Door het betalen van bijtelling, daalt de inkomensafhankelijke heffingskorting meestal. Hierdoor betaal je uiteindelijk wat meer extra netto belasting.

Geen BPM of MRB voor elektrische auto in 2020

Extra voordeel, tot 2025 hoef je voor een elektrische auto geen Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) of Motorrijtuigenbelasting (MRB) te betalen. Vanaf 2025 betaal je een kwart van een normaal bedrag en in 2026 hetzelfde als bestuurders van een auto op benzine of diesel.


Profiteer van de MIA en VAMIL

Er zijn nog meer fiscale voordelen voor elektrische auto’s en de bijbehorende laadpalen: de Milieu Investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Tip: Veel gemeenten bieden speciale extra subsidies voor elektrische auto’s. De MIA is een uitbreiding van de investeringsaftrek. Je kunt hiermee tot wel 36% van het investeringsbedrag voor een elektrische auto of oplaadpunt aftrekken.

De Vamil-regeling is specifiek voor laadpalen. Hiermee mag je 75% van de investeringskosten van een laadpaal afschrijven.


Hoe werken laadpalen/laadpunten voor elektrische auto’s?

Met een elektrische auto hoef je geen benzine of diesel te tanken, maar kun je de auto opladen. Dit kan ook onderweg, er is geen land ter wereld met zoveel laadpunten als Nederland. In 2020 zijn er maar liefst 55.845 (semi-)publieke laadpunten en 1308 snellaadpunten. Wanneer je wilt opladen, gebruik je een laadpas, app of laadkey. Er zijn verschillende aanbieders, met elk hun eigen methode.

Heeft u vragen over de financiële en fiscale aspecten van een elektrische auto dan bent u bij ons aan het goed adres.

Bron: Bewerking van mr. R. D.G.M. van der Spek RB van artikel Rabo Bank 15 september 2020

Fiscale coronamaatregelen

De regering heeft de volgende fiscale maatregelen, bovenop de al bestaande maatregelen, aangekondigd om de coronacrisis het hoofd te bieden. De maatregelen zijn nog niet allemaal concreet uitgewerkt, maar zullen zo spoedig mogelijk ingaan.


1. Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

De directeur/grootaandeelhouder moet loonheffingen betalen over een loon dat passend is bij de arbeid die hij verricht. Die verplichting bestaat ook als de onderneming minder of geen omzet behaalt. Omdat er door de coronacrisis veel omzetverlies is, wordt mogelijk gemaakt dat deze ondernemers tijdelijk van een lager loon mogen uitgaan, in verhouding tot de omzetdaling van het bedrijf. De vormgeving hiervan zal vergelijkbaar zijn met eenzelfde regeling als die tijdens de kredietcrisis en 2009 is getroffen. Dit betekent dat de ondernemers met een eigen BV die getroffen worden door de coronacrisis hier hun voordeel mee kunnen doen.

2. Maatregel voor zzp’ers: versoepeling urencriterium

Ondernemers mogen alleen gebruik maken van de zelfstandigenaftrek als ze 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden en ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 t/m 31 mei 2020 van uitgaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming hebben besteed, ook als ze die uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Voor ondernemers die sterk seizoensafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche, wordt ook geregeld dat ze onder de versoepeling vallen.

3. Werkkostenregeling

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste €400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daar ruimte voor hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Dit kan ook een boost geven aan sectoren die sterk getroffen zijn door de crisis. Het is ook mogelijk om onder voorwaarden de kosten van de thuiswerkplek van de werknemers te vergoeden onder de werkkostenregeling.

4. Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

Vanwege de coronacrisis is het mogelijk een zogenaamde coronareserve in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 op te voeren. Doel hiervan is om het verwachte verlies over 2020 direct te kunnen verrekenen met de winst uit 2019.

Normaal kan dit ‘verrekenen’ pas plaatsvinden bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020, wat niet eerder dan begin 2021 of later zal zijn. Het kabinet vindt het onwenselijk als bedrijven zo lang moeten wachten op die mogelijkheid. Daarom zal het kabinet het voor deze bedrijven mogelijk maken om voor de vennootschapsbelasting het verwachte verlies voor het jaar 2020 door de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. Hierbij geldt dat deze coronareserve niet hoger mag zijn dan de winst van 2019. De staatssecretarissen van Financiën hebben aangekondigd hier meer over bekend te maken met Prinsjesdag.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’, dat als doel heeft om fiscaal gedreven belastinguitstel door directeur-grootaandeelhouders (dga’s ) te ontmoedigen, wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Dga’s hebben zo meer tijd, tot eind 2023, om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan €500.000 (exclusief eigenwoningschulden) af te lossen. Zie hiervoor het artikel “Wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap”.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk in 2021 worden terugbetaald. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te worden betaald, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan een klant in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald. De overheid biedt hiermee meer mogelijkheden tot maatwerk.

 
Bron: Vakmedianet, Salarisnet 28 april 2020 / Nextens 30 juli 2020

Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

money

Op 17 juni 2020 is het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ ingediend bij de Tweede Kamer. De wetgever beoogt hiermee het aangaan van excessieve schulden bij de eigen vennootschap te ontmoedigen


Achtergrond

Belastingplichtigen met een belang van minimaal vijf procent in een vennootschap kwalificeren als aanmerkelijkbelanghouder. Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld dividend) wordt in box 2 van de inkomstenbelasting belast naar een tarief van 26,25% (vanaf 2021: 26,9%). Om uitstel van belastingheffing te bewerkstelligen kan de aanmerkelijkbelanghouder door middel van leningen liquiditeiten onttrekken aan de vennootschap. De wetgever wil dit nu tegengaan door bovenmatige schulden bij de eigen vennootschap bij wetsfictie als regulier voordeel in box 2 te belasten. Daartoe is op 17 juni 2020 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. De regeling zal naar verwachting per 1 januari 2023 in werking treden. Voor dit tijdstip is gekozen om aanmerkelijkbelanghouders voldoende tijd te geven hun schuldposities af te bouwen.

 

Bovenmatige schulden

Van een bovenmatige schuldpositie is sprake voor zover het gezamenlijke bedrag aan directe of indirecte schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en diens partner aan de eigen vennootschap hoger is dan €500.000. Schulden van ouders, kinderen en kleinkinderen die zelf geen aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap tellen ook mee, maar alleen voor zover deze hoger zijn dan €500.000. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat de regeling kan worden omzeild.

Voor wat betreft het begrip ‘schuld’ wordt aansluiting gezocht bij het civiele recht. De situatie kan zich echter voordoen dat een civielrechtelijke schuldverhouding fiscaalrechtelijk als uitdeling wordt gekwalificeerd, omdat reeds bij het aangaan van de schuld duidelijk was dat deze niet kan of niet zal worden afgelost. Een dergelijke schuld telt niet mee voor toepassing van de regeling, omdat reeds heffing in box 2 heeft plaatsgevonden.  

 

Voorkomen dubbele heffing

Om dubbele heffing te voorkomen wordt de drempel van €500.000 verhoogd met het bovenmatige deel van schulden waarover in voorgaande jaren reeds belasting is geheven in box 2. Indien het bovenmatige deel van de schulden per ultimo van jaar 1 bijvoorbeeld €100.000 bedraagt, wordt de drempel in jaar 2 verhoogd naar €600.000.  Ook bij immigratie, emigratie of overlijden van een belastingplichtige is voorzien in een regeling om dubbele heffing tegen te gaan.

 

Eigenwoningschulden

Bij de berekening van het bovenmatige deel van de schulden blijven eigenwoningschulden buiten aanmerking, althans voor zover aan de vennootschap een recht van hypotheek is verstrekt. Op grond van overgangsrecht geldt laatstgenoemde eis echter niet voor per 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden bij de eigen vennootschap.

 

Bron: Voorstel van Wet en Memorie van Toelichting ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’

Bitcoin en belasting betalen

bitcoin belasting betalen

Steeds meer Nederlanders bezitten bitcoin of altcoins. Daarom krijgen wij ook steeds vaker de vraag wat je moet doen met je cryptocurrency op je belastingaangifte. Dit is een logische vraag: het is namelijk nog onduidelijk hoe de overheid naar bitcoin kijkt. In dit artikel leggen we je uit wat de huidige stand van zaken is.


Wat was de waarde op 1 januari?

Hieronder een overzicht van de waarde van onze coins op 1 januari om 00:00 uur. Alle waardes zijn uitgedrukt in euro’s. Een simpel rekenvoorbeeld: had je een halve bitcoin op 1 januari? Dan vermenigvuldig je 0,5 met de corresponderende waarde.

2018
Bitcoin11461,60
Ethereum638,45
Ripple (XRP)1,65
Litecoin189,75
Bitcoin Cash1985,77
2019
Bitcoin3250,35
Ethereum115,59
Ripple (XRP)0,30597
Litecoin26,31
Bitcoin Cash133,34

Alles over bitcoin en belasting

  • Hoe kijkt de overheid naar bitcoin?
  • Hoe zit het met de belastingaangifte?
    • het bezitten van cryptocurrencies
    • het handelen in cryptocurrencies
    • het minen van cryptocurrencies


Hoe kijkt de overheid naar bitcoin?

Veel overheden weten nog niet precies wat bitcoin is en wat zij ermee moeten doen. Dit is ook niet gek. Bitcoin bestaat pas sinds 2009, en is daarom dan ook een vrij nieuw concept. In 2017 is de koers van de bitcoin enorm gestegen. Ook in Nederland is dat niet onopgemerkt gebleven. In de Tweede Kamer is bitcoin sinds die periode dan ook een veelbesproken onderwerp.

Volgens de overheid kan bitcoin nog niet worden gezien als een wettig betaalmiddel. Toenmalig Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem zei het volgende over bitcoin: ‘De bitcoin is geen algemeen geaccepteerd of wettig betaalmiddel en daarmee geen geld in de algemeen aanvaarde definitie van dat begrip.’ Bitcoin valt op dit moment dus nog niet onder dezelfde belastingregels als de euro.


Hoe zit het met de belastingaangifte?

Het hangt af van de situatie welke positie u als belastingplichtige inneemt. De website van de Belastingdienst geeft een volgend vragenschema:

Cryptovaluta horen tot uw bezittingen in box 3. Van uw cryptovaluta geeft u de waarde in het economische verkeer aan op 1 januari (peildatum). U hanteert daarbij de koers op de peildatum van het gebruikte omwisselplatform.

Voor het minen is veel computercapaciteit nodig. De kosten die daarmee samenhangen zullen vaak zo hoog zijn dat niet snel sprake zal zijn van een voordeel. Daarbij speelt ook een rol dat u maar een beperkte hoeveelheid cryptovaluta per dag kunt minen. Daarom hoeft u de opbrengst van het minen zelf niet aan te geven. Dat wordt anders als uw opbrengst hoger is dan uw kosten. In dat geval kan er sprake zijn van inkomsten uit overig werk of winst uit onderneming en moet u uw inkomsten aangeven in uw aangifte.

De handel in cryptovaluta kunt u vergelijken met de handel in gewone valuta zoals de Japanse Yen of de Amerikaanse dollar. U bent aan het beleggen en u speculeert op koerswinst. U hoeft dan de opbrengst van de handel niet aan te geven. Dat is anders als u met extra arbeid, dus bovenop uw beleggingsactiviteiten, vaak extra inkomsten verdient. In dat geval moet u de inkomsten wél aangeven. Geeft u deze inkomsten aan als inkomsten uit overig werk of als winst uit onderneming.

In dat geval moet uw werkgever de cryptovaluta omrekenen in euro’s op het moment dat u deze ontvangt. Er is sprake van loon in natura.

Als u voor uw diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u deze omrekenen naar euro’s. Het omgerekende bedrag rekent u tot uw omzet.

Bij het omwisselen van de cryptovaluta kunt u winst of verlies maken. Dat komt tot uitdrukking in uw winst-en-verliesrekening. Hebt u op de balansdatum nog cryptovaluta? Waardeert u deze dan op kostprijs of lagere marktwaarde.

Koopt u als ondernemer cryptovaluta, dan horen deze alleen tot uw ondernemingsvermogen als u de aankoop doet binnen de normale bedrijfsuitoefening. In alle andere gevallen hoort de aankoop tot uw privévermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om duurzaam overtollige middelen. Dat zijn gelden die geen functie hebben in uw onderneming. Zij zijn niet direct nodig voor de bedrijfsuitoefening en niet bestemd om binnen afzienbare tijd te besteden aan bijvoorbeeld investeringen. Deze cryptovaluta geeft u aan in box 3. 

Als u voor uw diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u deze omrekenen naar euro’s. Bij uw btw-aangifte geeft u het bedrag in euro’s op.

Als uw bv voor haar diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u de cryptovaluta omrekenen naar euro’s. Het omgerekende bedrag rekent u tot uw omzet. Bij het omwisselen van de cryptovaluta kan de bv winst of verlies maken. Dat komt tot uitdrukking in de winst-en-verliesrekening. Bezit uw bv op balansdatum cryptovaluta? Waardeert u deze dan op kostprijs of lagere marktwaarde.

Uw bv drijft met haar hele vermogen een onderneming. Dat betekent dat zowel het minen als de aankoop van cryptovaluta (al dan niet gevolgd door verkoop) zich afspelen binnen de onderneming.  De resultaten van het minen en handelen komen daardoor tot uitdrukking in de in de winst-en-verliesrekening.

De overheid ziet bitcoin dus niet als geld. Hoe zit dit dan met het betalen van belasting over bitcoins? Betaal je in dat geval wel of geen belasting over bitcoins, en in welke belastingbox valt bitcoin dan?

Voor de inkomstenbelasting zijn er drie verschillende kwalificaties te onderscheiden:

  • het bezitten van cryptocurrencies
  • het handelen in cryptocurrencies
  • het minen van cryptocurrencies


Het bezitten van cryptocurrencies

Volgens de Belastingdienst behoort het bezitten van cryptocurrencies tot de ‘overige bezittingen’ in box 3.

Aangezien de koers van bitcoins (en altcoins) volatiel zijn kan de waarde op 1 januari van ieder jaar zo enkele (tientallen) euro’s schelen. Van belang is echter de waarde op 1 januari om 00:00. In 2018 is de eerste 30.000 euro van het vermogen in Box 3 belastingvrij.

Dit bedrag wordt verdubbeld bij fiscaal partnerschap. Is het vermogen in box 3 op 1 januari 2018 hoger dan het vrijgestelde bedrag van 30.000 euro of 60.000 euro? Dan is het raadzaam om een voorlopige aanslag 2018 aan te vragen vóór 1 mei 2019. De voorlopige aanslag kan worden betaald in termijnen. Door een voorlopige aanslag aan te vragen kan ook belastingrente worden voorkomen over de verschuldigde inkomstenbelasting.

Tip: Maak een screenshot van je Crypto Portfolio op 1 januari als bewijs voor de belastingaangifte.


Het handelen in cryptocurrencies

Handel je actief in cryptocurrencies? Dan kan de Belastingdienst stellen dat er sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. In de praktijk is de kans dat de Belastingdienst slaagt met deze stelling klein. Dit omdat het handelen in cryptocurrencies een speculatief karakter heeft.

Van een onderneming is slechts sprake als de trader het koersverloop kan beïnvloeden door zijn ervaring en expertise. Aangezien hiervan geen sprake is bij trading in cryptocurrencies, is naar onze mening geen sprake van een onderneming. Ook het traden van cryptocurrencies hoort in dat geval dus in Box 3.


Het minen van cryptocurrencies

Het minen van cryptocurrencies wordt belast als inkomen in box 1. Zeker als het kwalificeert als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Hiervan is sprake als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. (een duurzame organisatie van kapitaal en) arbeid;
  2. deelname aan het economische verkeer; en
  3. voordeel beogen en dit ook redelijkerwijs kunnen verwachten.

Het valideren en vastleggen van de transacties aan een blockchain, kortweg minen, wordt gezien als het verrichten van arbeid. Het toevoegen van een block aan de blockchain vormt in feite een dienst aan alle gebruikers van de desbetreffende blockchain, waardoor er ook sprake kan zijn van deelname aan het economische verkeer.

De vraag is of winst kan worden verwacht bij het minen van cryptocurrencies. Mine je op individuele basis? Dan maakt dat normaal gesproken niet uit. Hiervan zal in de regel geen sprake zijn wanneer er individueel wordt gemined. Let op: neem je deel aan een miningpool? Dan kan de Belastingdienst stellen dat het kans op voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Wil je hier meer over weten? Neem dan contact op met uw belastingadviseur.

Bronnen: Belastingdienst en BTCdirect

Ster Belastingadvies is een erkend RB-kantoor

RB-erkend kantoor

RB staat voor: Register Belastingadviseurs

Het Register Belastingadviseurs (RB) is dé beroepsvereniging van belastingadviseurs voor het Midden – en Klein Bedrijf (MKB). Het Register Belastingadviseurs (zie: www.rb.nl) heeft ruim 7.500 leden peildatum december 2018. Voor vaktechnische informatie, ondersteuning in de beroepsuitoefening kunnen de leden bij het RB terecht. Het RB eist dat haar leden minimaal voldoen aan eisen van Permanente Educatie: de leden moeten daarom ieder jaar een aantal cursussen en opleidingen volgen om hun kwaliteit en kennis op peil te houden. De belastingwetten veranderen immers met grote regelmaat. Van alle ontwikkelingen en ins en outs van de belastingwetgeving is een Register Belastingadviseur dan ook op de hoogte.

Van een Register Belastingadviseur mag worden verwacht dat hij of zij een integer, pragmatische adviseur is, met gevoel voor ondernemerschap en met uitgebreide juridische & fiscale kennis en ervaring. Eventuele klachten over een RB-adviseur kunnen bij het Register Belastingadviseurs worden ingediend en kunnen leiden tot tuchtrechtelijke sancties voor de betrokken belastingadviseur. Dit vormt een waarborg voor de kwaliteit en integriteit van de aangesloten Register Belastingadviseurs.

Opleidingseisen en integriteitseisen

Vanwege het feit dat belastingadviseurs die zijn aangesloten bij het RB moeten voldoen aan strenge opleidingseisen en integriteitseisen, staan erkende RB adviseurs in hoger aanzien bij de Belastingdienst dan belastingadviseurs, administratiekantoren en of boekhouders die niet zijn aangesloten bij een beroepsorganisatie. Een erkend RB kantoor zal dan ook minder snel te maken krijgen met problemen en controles van de Belastingdienst en zal ook beter in staat zijn om bestaande conflicten met de Belastingdienst sneller op te lossen.

Kwaliteit is de belangrijkste pijler van het RB, dé beroepsvereniging van belastingadviseurs voor het mkb. Uw belangen worden door een Register Belastingadviseur optimaal behartigd.

Stappenplan schenkingen van ouders aan kinderen: 10 aandachtspunten

  1. Wat zijn de financiële mogelijkheden en de vermogenspositie van de ouders?

  2. Wat zijn de gevolgen van een schenking voor het kind?

  3. Schenk verstandig; gebruik de jaarlijkse vrijstelling. voor 2018 bedraagt de jaarlijkse vrijstelling € 5.363.

  4. Schenk verstandig; gebruik de verhoogde vrijstelling bij kinderen tussen de 18 en 40 jaar; let op en laat u adviseren over de spelregels bij schenkingen voor een eigen woning (maximaal € 100.800), dure studie of opleiding (€ 53.602) en de gewone eenmalige verhoogde vrijstelling van € 25.731.

  5. Schriftelijke vastlegging is niet voorgeschreven maar wel aan te bevelen; denk ook aan het opnemen van bepaalde voorwaarden en clausules als bewijsstuk richting de belastingdienst. laat u hierover adviseren.

  6. Notariële akte; is niet noodzakelijk, maar kan in speciale gevallen worden gebruikt.

  7. Uitvoering geven aan de schenking; bankoverschrijving is aan te bevelen.

  8. Aangifte schenkingsrecht; binnen 2 maanden na afloop kalenderjaar van schenking met een digitale aangifte via de website van de belastingdienst.

  9. Melding aan belastingdienst; voor bepaalde schenkingen (eigen woning) is een melding noodzakelijk, ook als een dergelijke schenking onder de vrijstelling valt.

  10. Ontbindende voorwaarden / herroepelijke schenking / schenking binnen 180 dagen voor overlijden; laat u adviseren, hiervoor gelden namelijk speciale spelregels.

Voor- en nadelen van een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting

Wat is een fiscale eenheid?

Bij een fiscale eenheid worden de resultaten van de dochtermaatschappij toegerekend aan de moedermaatschappij. De dochtermaatschappij houdt niet op te bestaan. Fiscaalrechtelijk bestaat de dochtermaatschappij, maar zij is niet meer zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting komt tot stand door een verzoek in te dienen bij de Belastingdienst.

In artikel 15 Wet vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Vpb 1969) is de fiscale eenheid geregeld. Hierin is – kort gezegd – bepaald dat de moedermaatschappij met de dochtermaatschappij een fiscale eenheid kan worden gevormd ingeval:

– een moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit,
– recht heeft op minstens 95% van de winst en minimaal 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij,
– minimaal 95% van het stemrecht in de dochtermaatschappij heeft.

Daarnaast is onder andere bepaald dat de moeder- en de dochtermaatschappij feitelijk gevestigd moeten zijn in Nederland, dat ze eenzelfde boekjaar hebben en dat er sprake is van eenzelfde wijze van winstberekening.


Wat zijn de voordelen?

1) Lagere vennootschapsbelasting door horizontale verliesverrekening
Wanneer de ene concernmaatschappij winst behaalt en een andere concernmaatschappij verlies lijdt, en geen sprake is van fiscale eenheid, dient de vennootschap die winst heeft behaald vennootschapsbelasting te betalen over de behaalde winst. Het verlies geeft (vaak) geen recht op teruggave van vennootschapsbelasting. Indien sprake is van een fiscale eenheid, kan de concernmaatschappij het verlies dat is geleden door de andere maatschappij aftrekken van zijn behaalde winst, waardoor minder vennootschapsbelasting is verschuldigd (horizontale verliesverrekening).

2) Intercompany transacties
Ingeval van een fiscale eenheid bestaan transacties tussen de vennootschappen, zogenaamde “intercompany transacties”, niet. Interne transacties zijn “non-existent” voor de vennootschapsbelasting. Er kan onderling geschoven worden met activa en passiva, zonder dat er correcties hoeven plaats te vinden. In de geconsolideerde jaarrekening worden de resultaten uit deze transacties volledig verwijderd. Deze transacties kunnen wel weer gevolgen hebben bij latere verbreking van de fiscale eenheid.

3) Administratief voordeel
U kan volstaan met één gezamenlijke aangifte in plaats van één aangifte voor elke afzonderlijke maatschappij.

Iedere vennootschap dient wel nog steeds afzonderlijk een jaarrekening te maken. Deze jaarrekeningen worden per dochtermaatschappij afzonderlijk ingevoerd in de aangifte van de moedermaatschappij.

4) Herstructurering: geen afrekening over stille reserves
Bij een herstructurering binnen de fiscale eenheid blijft heffing over de stille reserves achterwege. Indien sprake is van een fiscale eenheid, is niet bij elke overdracht, hergroepering of splitsing binnen de groep, vennootschapsbelasting verschuldigd over de stille reserves. Deze handelingen bestaan niet voor de vennootschapsbelasting. Let op dat bij latere verbreking van de fiscale eenheid mogelijk alsnog vennootschapsbelasting is verschuldigd.


Wat zijn de nadelen?

De fiscale eenheid heeft (uiteraard) niet alleen voordelen, maar ook nadelen:

1) Aansprakelijkheid
Vennootschappen die een fiscale eenheid vormen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door de moedermaatschappij verschuldigde vennootschapsbelasting. De Belastingdienst kan dus elke vennootschap, binnen de fiscale eenheid, aanspreken voor het totaal verschuldigde bedrag aan vennootschapsbelasting.

Deze aansprakelijkheid geldt uiteraard alleen voor schulden die zijn ontstaan na het aangaan van de fiscale eenheid en eindigen bij de verbreking van de fiscale eenheid.

2) Investeringsaftrek
Ingeval van een fiscale eenheid krijgt u als ondernemer mogelijk een lager bedrag aan investeringsaftrek. Bij de berekening van het bedrag aan gedane investeringen wordt bij de fiscale eenheid uitgegaan van het totaalbedrag aan investeringen gedaan door de vennootschappen gezamenlijk. Dit verhoogt het bedrag aan investeringen. Bij de investeringsaftrek is het zo geregeld dat de hoogte van de aftrek afneemt naarmate het bedrag aan totale investeringen van de belastingplichtige (bij fiscale eenheid: de moedermaatschappij) toeneemt.

3) Liquidatieverlies
De liquidatieverliesregeling kan niet worden toegepast voor een deelneming in een fiscale eenheid. Deze regeling houdt – kort gezegd – in dat bij liquidatie van een onderneming, het verlies van de liquidatie (liquidatie-uitkering is lager dan hetgeen u voor de deelneming heeft betaald) in de holding aftrekbaar is. Indien sprake is van een fiscale eenheid kan bij ontvoeging van een deelneming uit de fiscale eenheid de liquidatieverliesregeling niet worden toegepast.

4) Verlies van het tariefsopstapje
Het tarief voor de vennootschapsbelasting is in Nederland in 2018 25%. Voor de eerste € 200.000 aan belastbare winst geldt een verlaagd tarief van 20%. Bij een fiscale eenheid wordt dit verlaagde tarief van 20% slechts eenmaal toegepast, namelijk over het resultaat van de fiscale eenheid.

Maken alle vennootschappen van aanvang af een winst boven de € 200.000 dan is te overwegen geen fiscale eenheid aan te gaan. Bij een fiscale eenheid gaat dan 5% van € 200.000, dus € 10.000, per vennootschap verloren.


Conclusie

Er kleven zowel voor- als nadelen aan het aangaan van een fiscale eenheid. U dient als ondernemer de afweging te maken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. De Belastingdienst zal verzoeken van (grensoverschrijdende) fiscale eenheden honoreren, indien voldaan is aan de voorwaarden voor de fiscale eenheid zoals genoemd onder 1.

Zijn uw oudedagsvoorzieningen op orde?

oudedagvoorzieningen

Veel mensen weten tegenwoordig niet wanneer ze met pensioen kunnen gaan en wat hun inkomen dan zal zijn. Om meer duidelijkheid daarin te krijgen zijn de antwoorden op de volgende 10 vragen van belang:

  1. Weet u of u op uw AOW gerechtigde leeftijd een volledige AOW (100%) heeft opgebouwd?
  2. Weet u wanneer uw AOW uitkering ingaat?
  3. Wat is de hoogte van uw pensioenaanspraken?
  4. Weet u wanneer uw pensioen zou kunnen ingaan? Dit hoeft niet gelijk te zijn aan het antwoord op vraag 2.
  5. Heeft u in privé nog andere inkomensvoorzieningen voor de oude dag opgebouwd?
  6. Zo ja, weet u de hoogte en de ingangsdatum daarvan?
  7. Zijn er in eigen beheer pensioenaanspraken opgebouwd en zijn deze voldoende gedekt?
  8. Heeft u in privé of in de onderneming voldoende middelen beschikbaar of opzij gezet voor de oude dag?
  9. Is de waarde van de onderneming of zijn de aandelen in de B.V. voldoende als voorziening voor de oude dag?
  10. Heeft u bovengenoemde pensioen of andere uitkeringen al eens in kaart gebracht en afgezet tegen uw huidige privébestedingen en behoeften?

Aan de hand van de antwoorden op deze vragen brengen wij uw inkomen op de pensioengerechtigde leeftijd in kaart. Tevens kunnen wij daarbij een financiële planning maken en rekening houdende met de fiscale wetgeving wellicht mogelijkheden aandragen om de fiscale en financiële positie voor en na ingang van uw pensioen te verbeteren.

Heeft u vragen over uw oudedagsvoorziening of wilt u bezien of uw oudedagsvoorzieningen op orde zijn, dan kunt u contact met ons opnemen.

 

Bron: Ster Belastingadvies 28 december 2017 / Ron van der Spek