Bitcoin en belasting betalen

bitcoin belasting betalen

Steeds meer Nederlanders bezitten bitcoin of altcoins. Daarom krijgen wij ook steeds vaker de vraag wat je moet doen met je cryptocurrency op je belastingaangifte. Dit is een logische vraag: het is namelijk nog onduidelijk hoe de overheid naar bitcoin kijkt. In dit artikel leggen we je uit wat de huidige stand van zaken is.


Wat was de waarde op 1 januari?

Hieronder een overzicht van de waarde van onze coins op 1 januari om 00:00 uur. Alle waardes zijn uitgedrukt in euro’s. Een simpel rekenvoorbeeld: had je een halve bitcoin op 1 januari? Dan vermenigvuldig je 0,5 met de corresponderende waarde.

2018
Bitcoin11461,60
Ethereum638,45
Ripple (XRP)1,65
Litecoin189,75
Bitcoin Cash1985,77
2019
Bitcoin3250,35
Ethereum115,59
Ripple (XRP)0,30597
Litecoin26,31
Bitcoin Cash133,34

Alles over bitcoin en belasting

  • Hoe kijkt de overheid naar bitcoin?
  • Hoe zit het met de belastingaangifte?
    • het bezitten van cryptocurrencies
    • het handelen in cryptocurrencies
    • het minen van cryptocurrencies


Hoe kijkt de overheid naar bitcoin?

Veel overheden weten nog niet precies wat bitcoin is en wat zij ermee moeten doen. Dit is ook niet gek. Bitcoin bestaat pas sinds 2009, en is daarom dan ook een vrij nieuw concept. In 2017 is de koers van de bitcoin enorm gestegen. Ook in Nederland is dat niet onopgemerkt gebleven. In de Tweede Kamer is bitcoin sinds die periode dan ook een veelbesproken onderwerp.

Volgens de overheid kan bitcoin nog niet worden gezien als een wettig betaalmiddel. Toenmalig Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem zei het volgende over bitcoin: ‘De bitcoin is geen algemeen geaccepteerd of wettig betaalmiddel en daarmee geen geld in de algemeen aanvaarde definitie van dat begrip.’ Bitcoin valt op dit moment dus nog niet onder dezelfde belastingregels als de euro.


Hoe zit het met de belastingaangifte?

Het hangt af van de situatie welke positie u als belastingplichtige inneemt. De website van de Belastingdienst geeft een volgend vragenschema:

Cryptovaluta horen tot uw bezittingen in box 3. Van uw cryptovaluta geeft u de waarde in het economische verkeer aan op 1 januari (peildatum). U hanteert daarbij de koers op de peildatum van het gebruikte omwisselplatform.

Voor het minen is veel computercapaciteit nodig. De kosten die daarmee samenhangen zullen vaak zo hoog zijn dat niet snel sprake zal zijn van een voordeel. Daarbij speelt ook een rol dat u maar een beperkte hoeveelheid cryptovaluta per dag kunt minen. Daarom hoeft u de opbrengst van het minen zelf niet aan te geven. Dat wordt anders als uw opbrengst hoger is dan uw kosten. In dat geval kan er sprake zijn van inkomsten uit overig werk of winst uit onderneming en moet u uw inkomsten aangeven in uw aangifte.

De handel in cryptovaluta kunt u vergelijken met de handel in gewone valuta zoals de Japanse Yen of de Amerikaanse dollar. U bent aan het beleggen en u speculeert op koerswinst. U hoeft dan de opbrengst van de handel niet aan te geven. Dat is anders als u met extra arbeid, dus bovenop uw beleggingsactiviteiten, vaak extra inkomsten verdient. In dat geval moet u de inkomsten wél aangeven. Geeft u deze inkomsten aan als inkomsten uit overig werk of als winst uit onderneming.

In dat geval moet uw werkgever de cryptovaluta omrekenen in euro’s op het moment dat u deze ontvangt. Er is sprake van loon in natura.

Als u voor uw diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u deze omrekenen naar euro’s. Het omgerekende bedrag rekent u tot uw omzet.

Bij het omwisselen van de cryptovaluta kunt u winst of verlies maken. Dat komt tot uitdrukking in uw winst-en-verliesrekening. Hebt u op de balansdatum nog cryptovaluta? Waardeert u deze dan op kostprijs of lagere marktwaarde.

Koopt u als ondernemer cryptovaluta, dan horen deze alleen tot uw ondernemingsvermogen als u de aankoop doet binnen de normale bedrijfsuitoefening. In alle andere gevallen hoort de aankoop tot uw privévermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om duurzaam overtollige middelen. Dat zijn gelden die geen functie hebben in uw onderneming. Zij zijn niet direct nodig voor de bedrijfsuitoefening en niet bestemd om binnen afzienbare tijd te besteden aan bijvoorbeeld investeringen. Deze cryptovaluta geeft u aan in box 3. 

Als u voor uw diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u deze omrekenen naar euro’s. Bij uw btw-aangifte geeft u het bedrag in euro’s op.

Als uw bv voor haar diensten of leveringen wordt betaald in cryptovaluta, moet u de cryptovaluta omrekenen naar euro’s. Het omgerekende bedrag rekent u tot uw omzet. Bij het omwisselen van de cryptovaluta kan de bv winst of verlies maken. Dat komt tot uitdrukking in de winst-en-verliesrekening. Bezit uw bv op balansdatum cryptovaluta? Waardeert u deze dan op kostprijs of lagere marktwaarde.

Uw bv drijft met haar hele vermogen een onderneming. Dat betekent dat zowel het minen als de aankoop van cryptovaluta (al dan niet gevolgd door verkoop) zich afspelen binnen de onderneming.  De resultaten van het minen en handelen komen daardoor tot uitdrukking in de in de winst-en-verliesrekening.

De overheid ziet bitcoin dus niet als geld. Hoe zit dit dan met het betalen van belasting over bitcoins? Betaal je in dat geval wel of geen belasting over bitcoins, en in welke belastingbox valt bitcoin dan?

Voor de inkomstenbelasting zijn er drie verschillende kwalificaties te onderscheiden:

  • het bezitten van cryptocurrencies
  • het handelen in cryptocurrencies
  • het minen van cryptocurrencies


Het bezitten van cryptocurrencies

Volgens de Belastingdienst behoort het bezitten van cryptocurrencies tot de ‘overige bezittingen’ in box 3.

Aangezien de koers van bitcoins (en altcoins) volatiel zijn kan de waarde op 1 januari van ieder jaar zo enkele (tientallen) euro’s schelen. Van belang is echter de waarde op 1 januari om 00:00. In 2018 is de eerste 30.000 euro van het vermogen in Box 3 belastingvrij.

Dit bedrag wordt verdubbeld bij fiscaal partnerschap. Is het vermogen in box 3 op 1 januari 2018 hoger dan het vrijgestelde bedrag van 30.000 euro of 60.000 euro? Dan is het raadzaam om een voorlopige aanslag 2018 aan te vragen vóór 1 mei 2019. De voorlopige aanslag kan worden betaald in termijnen. Door een voorlopige aanslag aan te vragen kan ook belastingrente worden voorkomen over de verschuldigde inkomstenbelasting.

Tip: Maak een screenshot van je Crypto Portfolio op 1 januari als bewijs voor de belastingaangifte.


Het handelen in cryptocurrencies

Handel je actief in cryptocurrencies? Dan kan de Belastingdienst stellen dat er sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. In de praktijk is de kans dat de Belastingdienst slaagt met deze stelling klein. Dit omdat het handelen in cryptocurrencies een speculatief karakter heeft.

Van een onderneming is slechts sprake als de trader het koersverloop kan beïnvloeden door zijn ervaring en expertise. Aangezien hiervan geen sprake is bij trading in cryptocurrencies, is naar onze mening geen sprake van een onderneming. Ook het traden van cryptocurrencies hoort in dat geval dus in Box 3.


Het minen van cryptocurrencies

Het minen van cryptocurrencies wordt belast als inkomen in box 1. Zeker als het kwalificeert als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Hiervan is sprake als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. (een duurzame organisatie van kapitaal en) arbeid;
  2. deelname aan het economische verkeer; en
  3. voordeel beogen en dit ook redelijkerwijs kunnen verwachten.

Het valideren en vastleggen van de transacties aan een blockchain, kortweg minen, wordt gezien als het verrichten van arbeid. Het toevoegen van een block aan de blockchain vormt in feite een dienst aan alle gebruikers van de desbetreffende blockchain, waardoor er ook sprake kan zijn van deelname aan het economische verkeer.

De vraag is of winst kan worden verwacht bij het minen van cryptocurrencies. Mine je op individuele basis? Dan maakt dat normaal gesproken niet uit. Hiervan zal in de regel geen sprake zijn wanneer er individueel wordt gemined. Let op: neem je deel aan een miningpool? Dan kan de Belastingdienst stellen dat het kans op voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Wil je hier meer over weten? Neem dan contact op met uw belastingadviseur.

Bronnen: Belastingdienst en BTCdirect

PRINSJESDAG: 5 zaken die u moet weten over het Belastingplan 2020

Belastingplan 2020

Op Prinsjesdag dinsdag 17 september 2019 werd het Belastingplan 2020 officieel bekendgemaakt. Veel van de zaken in het Belastingplan waren al eerder uitgelekt. Hieronder lichten we 5 maatregelen kort toe.

1.  Liquidatie- en stakingsverliesregeling aangepast
Bedrijven kunnen nu nog onbeperkt verliezen, door ontbinding van een dochteronderneming of het staken van een bedrijfsactiviteit in het buitenland, aftrekken van de winst die zij in Nederland maken. Deze zogenoemde liquidatie- en stakingsverliesregeling wordt zo aangepast dat bedrijven minder vaak zo’n verlies kunnen aftrekken en dus meer belasting gaan betalen.

Door het aanpassen van de liquidatie- en stakingsverliesregeling wordt beoogd:

  • het niet meer mogelijk te maken om liquidatie- en stakingsverlies te nemen op deelnemingen en vaste inrichtingen buiten de EU/EER; en
  • de planbaarheid van het aftrekmoment van een liquidatie- en stakingsverlies te beperken.

2.  Versneld invoeren tweeschijvenstelsel inkomstenbelasting
Het kabinet wil het tweeschijvenstelsel al invoeren per 1 januari 2020. In dat jaar geldt dan een basistarief van 37,35 procent en een toptarief van 49,5 procent. In 2021 wordt het basistarief verlaagd naar 37.10 procent.

Let op dat ook aftrekposten en fiscale faciliteiten voor IB-ondernemers dan onder dat lagere tarief gaan vallen; kortom aftrek tegen een lager tarief.

3.  Belasting elektrische auto’s
Alle voordelen voor elektrische auto’s zullen langzaam afgebouwd worden. De korting op de motorrijtuigenbelasting is tot 2024 100 procent, in 2025 75 procent en vanaf 2026 0 procent. De aanschafbelasting is tot 2024 nul euro, maar vanaf 2025 360 euro.

De bijtelling voor privé-gebruik van de zakelijke auto gaat stapsgewijs omhoog. In 2019 was deze 4 procent tot een catalogusprijs van 50.000 euro en 22 procent daarboven. In 2020 zal deze verdubbelen en gaat de 22 procent al gelden voor een catalogusprijs van 45.000 euro. In de volgende jaren zal het bijtellingspercentage verder stijgen. In 2026 zal de bijtelling op gelijke voet staan met benzineauto’s.

Over een overgangsmaatregel voor bestaande gebruikers van een elektrische auto wordt niet gesproken in het Belastingplan.

4.  Verlaging zelfstandigenaftrek
In combinatie met een verhoging van de arbeidskorting wordt er een geleidelijke verlaging van de zelfstandigenaftrek voorgesteld. Dit was al reeds bekend. De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 met acht jaarlijkse stappen van 250 euro verlaagd en één stap van 280. Zodoende zal deze aftrek in 2028 5.000 euro bedragen.

5.  Aanpassing KOR
Hoewel we deze maatregel niet terug hebben kunnen vinden in het Belastingplan, willen we deze niet in het lijstje laten ontbreken. De Kleine Ondernemersregeling (KOR) gaat aangepast worden. De nieuwe KOR kan worden toegepast op zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Het is de bedoeling dat vanaf 2020 de omzet bepalend zal zijn voor de (eventuele) toepassing van de KOR. Het wetsvoorstel gaat uit van een omzetgrens van € 20.000. Ondernemers die onder deze grens blijven, zijn geen btw verschuldigd en hoeven geen btw-aangifte te doen. Dat vermindert de administratieve verplichtingen.

Bron: Nextens: 17.09.19

Fiscale wetten en regelgeving voor topsporters en artiesten

regelgeving voor topsporters en artiesten

Topsporters en artiesten; ze zijn veel en nadrukkelijk in beeld. Sommige kunnen ook veel geld verdienen, soms in korte tijd. Het is echter vaak onduidelijk hoe het dan met hun belastingen gaat. Vaak zijn financiële, juridische en fiscale zaken voor de sporters en artiesten niet de eerste zorg en ook niet en onderwerp waar ze veel tijd aan willen besteden. Zij willen niet te veel hierover nadenken. Het is daarom noodzakelijk voor de sporters / artiesten en hun begeleiders om hier goed over geadviseerd te worden.

Topsporters zijn in het nieuws omdat ze de belasting proberen te ontwijken, maar andere artiesten en sporters klagen over dubbele belastingheffing. Ze krijgen te maken met nationale en soms internationale wetgeving. Er zijn veel aparte regels en uitzonderingen, waar ook hun begeleiders niet goed van weten hoe daarmee om te gaan. Tevens weten begeleiders vaak niet welke kansen en gunstige fiscale faciliteiten er benut kunnen worden.

Er spelen bij sporters en artiesten vele fiscale vragen. Wat is de fiscale woonplaats?  Wanneer moet er belasting worden ingehouden? Wat is de fiscale status van een sporter of artiest, zelfstandige of werknemer? Welke aftrekposten zijn er mogelijk? Hoe zit het met de btw? Waarom betaalt de sporter of artiest over de grens vaak belasting en hoe kan dubbele heffing worden voorkomen? Is een BV of andere rechtsvorm fiscaal en of juridisch aan te bevelen?

Niet alle belastingadviseurs weten de antwoorden op deze vragen voor de sporters en artiesten te beantwoorden. Bij Ster Belastingadvies kunnen wij u met deze vraagstukken behulpzaam zijn en u daarin adviseren.

Onderwerpen die regelmatig bij ons regelmatig aan de orde komen zijn:

  • Werken als werknemer of zelfstandige? Wat is de fiscale status?
  • Hoe werkt de artiesten- en beroepssportersregeling?
  • De werking en ontwikkelingen in de Wet DBA.
  • Hoe om te gaan met tekengelden / winstpremies / startgelden / onkostenvergoedingen?
  • Hoe werkt de 30%-regeling en wanneer is die van toepassing?
  • Buitenlandse belasting en verrekening of vrijstelling in Nederland.
  • Wanneer verlaagde btw-tarief?
  • Btw en buitenlandse wedstrijden of optredens.
  • Oprichten van een artiesten of sporters-BV.
  • Vestiging in het buitenland; wat zijn daarbij de nationale en internationale spelregels.

Belastingdienst komt met 4 tips over de vernieuwde KOR (Kleine Ondernemers Regeling in de BTW) in 2020.

belastingdienst-advies

Steeds meer mensen starten een eigen onderneming. Het eerste half jaar van 2019 registreerde de Kamer van Koophandel ruim 118.000 nieuwe ondernemingen, een stijging van 11 procent ten opzichte van vorig jaar.

Ook voor startende ondernemers is de vernieuwde kleineondernemersregeling (KOR) mogelijk interessant. De regeling geeft ondernemers en organisaties met een jaaromzet tot en met € 20.000, waaronder starters, recht op vrijstelling van de btw. Kijk op de website van de Belastingdienst en bij twijfel raadpleeg uw belastingadviseur.


Vier tips om erachter te komen of de vernieuwde KOR interessant is voor uw klant:

1.  Controleer of uw klant gebruik kan maken van de regeling
Met dit hulpmiddel van de Belastingdienst is eenvoudig na te gaan of uw klant in aanmerking komt voor de vernieuwde kleineondernemersregeling.

2.  Zet alle financiële voor- en nadelen op een rij
Maak een inschatting of uw klant de komende jaren btw moet betalen. Als de klant jaarlijks btw terugkrijgt, lijkt deelname aan de KOR in eerste instantie financieel nadelig. Maar het is ook belangrijk om rekening te houden met besparingen, zoals de tijd en/of kosten voor het doen van de btw-aangifte.

3.  Bekijk welke invloed deelname aan de KOR heeft op jouw klanten 
Particuliere klanten kunnen vaak geen btw aftrekken. De berekende btw op een factuur verhoogt de prijs voor hen. Als uw klant vooral particuliere klanten heeft, kan dat reden zijn om deel te nemen aan de KOR, omdat de klant dan geen btw in rekening hoeft te brengen.

4.  Schat jouw financiële situatie over drie jaar in
Als uw klant kiest voor de vernieuwde KOR dan doet hij of zij dat voor een periode van minimaal drie jaar. Dat betekent dat uw klant drie jaar geen btw meer in rekening brengt, maar ook geen btw mag aftrekken van zakelijke kosten en investeringen. Als de klant van plan is de komende tijd zakelijke investeringen te doen, kan dat reden zijn om vooralsnog niet deel te nemen aan de KOR.

De nieuwe KOR vervangt de huidige KOR die ondernemers recht gaf op een korting op de btw. Om per 1 januari 2020 gebruik te kunnen maken van de nieuwe KOR dienen ondernemers dit vóór 20 november kenbaar te maken. Dat doen zij door het aanmeldformulier te printen en op te sturen naar de Belastingdienst.

Bron: Belastingdienst / Nextens

Nieuw wetgeving voor de DGA: Vier interessante fiscale zaken voor de directeur-aandeelhouder

Nieuwe wetgeving DGA

Vier interessante fiscale zaken voor de directeur-aandeelhouder.

Nieuwe regels voor rekening-courantschulden van de DGA!
Er is een nieuwe maatregel aangekondigd die ziet op de schuld van de directeur-aandeelhouder bij zijn BV. Het wetsvoorstel is gepubliceerd ter consultatie. DGA (AB-houders) moeten box-2 belasting betalen voor zover ze meer dan € 500.000 lenen van hun vennootschap.

Er zijn onder voorwaarden uitzonderingen mogelijk voor een bestaande lening die valt onder de eigenwoningregeling.

Voor de nieuwe wetgeving wordt de DGA tezamen met zijn partner bekeken en telt de schuldgrens van € 500.000 maar één keer. Alle schulden en leningen van de DGA en zijn partner worden bij elkaar opgeteld.

Het definitieve wetsvoorstel wordt in de zomer van 2019 ingediend en de maatregelen gaan naar verwachting vanaf 1 januari 2022 gelden. Het aflossen of omzetten van schulden heeft niet alleen fiscale maar ook (langdurige) financiële en bedrijfseconomische gevolgen. Heeft u hiermee te maken: laat u dan tijdig adviseren.

Hoe berekent uw BV het (gebruikelijk) loon voor u als DGA en uw meewerkend partner?
De directeur-grootaandeelhouder en zijn meewerkend partner moeten volgens de belastingwetgeving een zgn. gebruikelijk loon uit hun eigen BV ontvangen. Het minimale gebruikelijk loon bedraagt volgens de wetgeving van 2019 € 45.000 en tevens minimaal het bedrag dat uw meestverdienende werknemer verdiend. Verder kan de Belastingdienst uw loon toetsen aan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking met een marge van 25%.

Er zijn diverse mogelijkheden om te komen tot een aantoonbaar en aanvaardbaar lager gebruikelijk loon en er mag rekening gehouden worden met factoren als parttime werken, privé-gebruik auto, pensioenpremie of een lager loon als innovatieve start-up. Wij helpen u graag bij de bepaling van het gebruikelijk loon in uw specifieke situatie.

De DGA met een BV en een VOF; hoe kunt u de BV in stand houden en daarbij ook de fiscale ondernemersfaciliteiten in de IB benutten?
Vele DGA’s hebben in het verleden een BV opgericht om over de hogere winsten niet de hoge inkomstenbelasting maar de lagere vennootschapsbelasting te betalen.  Een herrekening van de belastindruk kan er toe leiden dat in de huidige situatie de inkomstenbelastingdruk na toepassing van de diverse ondernemersaftrekken en faciliteiten lager is dan de vennootschapsbelastingdruk of dat om andere redenen een VOF interessant is.

Het is mogelijk de voordelen van een BV te combineren met de ondernemersvoordelen uit de inkomstenbelasting. Hiermee kan een groot fiscaal voordeel worden behaald.

Er zijn mogelijkheden om een VOF met uw BV aan te gaan en deze ondernemersfaciliteiten te benutten. Daarbij dient sprake te zijn van een structurele situatie en zakelijke gronden. Ook de winstverdeling tussen BV en VOF dient zakelijk te zijn. Verder zult u rekening moeten houden met een gewijzigde aansprakelijkheid; u bent volledig aansprakelijk voor de schulden van de VOF.

De VOF met de BV is maatwerk en kent een aantal voorwaarden; laat u adviseren!

Box 2 tarief gaat omhoog; beter nu dividend uitkeren of nog even wachten?
De heffing van inkomstenbelasting over uitgekeerde dividenden uit de “eigen”BV gaat omhoog van 25% in 2019 naar 26,25 in 2020 en 26,9% in 2021.

Wenst u geld als een dividenduitkering uit uw BV te halen dan wordt dat vanaf 1.1.2020 duurder. In het geval u van plan was om dividend uit te keren bijvoorbeeld om de rekening-courant af te lossen, een privé lening af te lossen, een (studie)lening aan een kind te verstrekken of uw inkomen aan te vullen, dan is te overwegen om dit in 2019 te doen.

Ook in het geval u van plan bent uw (bijna lege) BV te liquideren en er is nog een positief vermogen in de BV aanwezig dat u naar privé wenst te halen, is te overwegen om dit nog in 2019 te doen. De liquidatie-uitkering valt namelijk onder het box 2 tarief. Let op dat het aanhouden van een BV voor grotere vermogens (boven € 1,0 miljoen) aantrekkelijk kan zijn.

Ook bij een aanstaande verkoop van uw AB-aandelen geniet verkoop in 2019 de voorkeur. Maak indien mogelijk gebruik maken van het 25% tarief. Goed plannen en timing is essentieel!

Ster Belastingadvies is een erkend RB-kantoor

RB-erkend kantoor

RB staat voor: Register Belastingadviseurs

Het Register Belastingadviseurs (RB) is dé beroepsvereniging van belastingadviseurs voor het Midden – en Klein Bedrijf (MKB). Het Register Belastingadviseurs (zie: www.rb.nl) heeft ruim 7.500 leden peildatum december 2018. Voor vaktechnische informatie, ondersteuning in de beroepsuitoefening kunnen de leden bij het RB terecht. Het RB eist dat haar leden minimaal voldoen aan eisen van Permanente Educatie: de leden moeten daarom ieder jaar een aantal cursussen en opleidingen volgen om hun kwaliteit en kennis op peil te houden. De belastingwetten veranderen immers met grote regelmaat. Van alle ontwikkelingen en ins en outs van de belastingwetgeving is een Register Belastingadviseur dan ook op de hoogte.

Van een Register Belastingadviseur mag worden verwacht dat hij of zij een integer, pragmatische adviseur is, met gevoel voor ondernemerschap en met uitgebreide juridische & fiscale kennis en ervaring. Eventuele klachten over een RB-adviseur kunnen bij het Register Belastingadviseurs worden ingediend en kunnen leiden tot tuchtrechtelijke sancties voor de betrokken belastingadviseur. Dit vormt een waarborg voor de kwaliteit en integriteit van de aangesloten Register Belastingadviseurs.

Opleidingseisen en integriteitseisen

Vanwege het feit dat belastingadviseurs die zijn aangesloten bij het RB moeten voldoen aan strenge opleidingseisen en integriteitseisen, staan erkende RB adviseurs in hoger aanzien bij de Belastingdienst dan belastingadviseurs, administratiekantoren en of boekhouders die niet zijn aangesloten bij een beroepsorganisatie. Een erkend RB kantoor zal dan ook minder snel te maken krijgen met problemen en controles van de Belastingdienst en zal ook beter in staat zijn om bestaande conflicten met de Belastingdienst sneller op te lossen.

Kwaliteit is de belangrijkste pijler van het RB, dé beroepsvereniging van belastingadviseurs voor het mkb. Uw belangen worden door een Register Belastingadviseur optimaal behartigd.

Aanpassingen Belastingpakket 2019

Samenvatting

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer bericht over aanpassing van het Belastingpakket 2019 in verband met de handhaving van de dividendbelasting. De nieuwe maatregelen richten zich op verbetering van het vestigingsklimaat door verlaging van de vennootschapsbelasting, maatregelen om innovatie en ondernemerschap verder te bevorderen. Daarnaast worden met dit pakket een aantal overgangsmaatregelen getroffen bij maatregelen uit het pakket Belastingplan 2019 die het bedrijfsleven raken.

Het betreft de volgende maatregelen:

1.  Verdere verlaging van het hoge vennootschapsbelastingtarief
Het kabinet verlaagt het hoge vennootschapsbelastingtarief (VPB-tarief) van 22,25% naar 20,5% per 2021. Het hoge VPB-tarief komt daarmee 0,5%-punt onder het eerder in het regeerakkoord voorgestelde niveau van 21%. Per saldo verlaagt het kabinet het hoge VPB-tarief met 4,5%-punt.
De in het regeerakkoord voorziene verlaging van het hoge VPB-tarief in 2019 wordt uitgesteld; het tarief blijft in 2019 25%.

2.  Ondersteuning MKB: verdere verlaging van het lage vennootschapsbelastingtarief
Als extra impuls voor vooral het MKB verlaagt het kabinet het lage VPB-tarief (stapsgewijs) verder van 16% naar 15% in 2021. In totaal verlaagt het kabinet het lage vennootschapsbelastingtarief met 5%-punt; het lage VPB-tarief wordt met 1%-punt extra verlaagd ten opzichte van het regeerakkoord.

3.  Verlagen werkgeverslasten op arbeid
Om het ondernemersklimaat verder te versterken, reserveert het kabinet vanaf 2021 structureel een bedrag van € 200 miljoen om de werkgeverslasten op arbeid te kunnen verlagen.

4.  Overgangsrecht beperking afschrijving gebouwen in de vennootschapsbelasting
Er wordt overgangsrecht geïntroduceerd om de effecten van de beperking van de afschrijvingsmogelijkheden op gebouwen in eigen gebruik die recent in gebruik zijn genomen te verzachten. Hiermee wordt de door het kabinet voorgestelde beperking van de mogelijkheden om af te schrijven op gebouwen in eigen gebruik verzacht. Als het gebouw vóór 1 januari 2019 door de belastingplichtige in gebruik is genomen en op dat gebouw nog geen drie jaar is afgeschreven, dan mag de belastingplichtige alsnog deze drie jaar volgens het oude regime blijven afschrijven. Het maakt in die gevallen niet uit of de boekwaarde daardoor onder 100% van de WOZ-waarde komt (uiteraard geldt wel de beperking tot 50% van de WOZ-waarde onder het huidige recht). Deze overgangsmaatregel komt met name terecht bij bedrijven die recentelijk in vastgoed hebben geïnvesteerd.

5.  Verkorting terugwerkende kracht Wet spoedreparatie fiscale eenheid
In het aanhangige wetsvoorstel Wet spoedreparatie fiscale eenheid was voorzien dat de spoedreparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting zouden terugwerken tot en met 25 oktober 2017, 11.00 uur. Als verzachtende maatregel zal het kabinet deze terugwerkende kracht beperken tot en met 1 januari 2018. Daarmee wordt voor de meeste belastingplichtigen voorkomen dat de aangifte vennootschapsbelasting 2017 moet worden ingediend met inachtneming van de (op dit moment nog niet tot wet verheven) spoedreparatiemaatregelen.

6.  Overgangsrecht verkorten maximale looptijd 30%-regeling
Voor het vestigingsklimaat is het van groot belang werkgevers ruimte te bieden om buitenlandse werknemers aan te trekken. Nederland kent mede daarom de zogenoemde 30%-regeling voor ingekomen werknemers, die het mogelijk maakt onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon onbelast te vergoeden. Om de effectiviteit van deze regeling te vergroten, is in het regeerakkoord afgesproken de maximale looptijd van deze regeling met drie jaar te verkorten. Het kabinet treft alsnog overgangsrecht voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen.

7.  Intensivering S&O-afdrachtvermindering
Voor een goed vestigingsklimaat is innovatiekracht van vitaal belang. Het kabinet ondersteunt R&D-activiteiten via de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). Het kabinet geeft deze ondersteuning een impuls door het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering in 2020 te verhogen met 2%-punt van 14% naar 16%. Innovatieve ondernemers krijgen hierdoor een hogere vermindering van de af te dragen loonbelasting, als zij kosten maken en uitgaven doen ten behoeve van speur- en ontwikkelingswerk.

8.  Verzachten rekening-courantmaatregel directeuren-grootaandeelhouders
In de aanbiedingsbrief bij het pakket Belastingplan 2019 is aangekondigd het excessief lenen van de eigen vennootschap door directeur-grootaandeelhouders te ontmoedigen (rekening-courantmaatregel). De eerder geschetste contouren worden verzacht:

– in plaats van een overgangsregeling voor bestaande eigenwoningschulden worden ook nieuwe eigenwoningschulden van de dga uitgezonderd;
– boven op deze eigenwoningschuld zal een aanvullende drempel van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk gelden. Deze maatregel leidt tot een lasten derving van € 15 miljoen.

9.  Dekking correctie raming CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekking
De opbrengst van fiscale wetgeving wordt op het moment van indienen bij de Tweede Kamer herijkt. Dit geldt ook voor de in het regeerakkoord aangekondigde invoering van de CO2- minimumprijs voor elektriciteitsopwekking. Herijking van deze maatregel leidt tot een lagere raming van de opbrengst, onder andere door gedragseffecten, het feit dat sluiting van kolencentrales eerder niet was meegenomen en een hogere ETS-prijs. De geraamde lastenkaderrelevante derving bedraagt € 236 miljoen in 2020 en € 300 miljoen in 2021. Die maatregel wordt nu voor 2020 en voor 2021 met € 236 miljoen gedekt.

10.  Direct beleggen in vastgoed door fiscale beleggingsinstelling
In het regeerakkoord is aangekondigd dat fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) niet meer direct mogen beleggen in Nederlands vastgoed. Aangezien de dividendbelasting wordt gehandhaafd, vervalt de directe aanleiding voor deze maatregel. Over Nederlands vastgoed dat door fbi’s wordt gehouden, zal in principe Nederlandse dividendbelasting worden geheven. Gelet hierop ziet het kabinet af van de voorgestelde aanpassing van het fbi-regime.

11.  Bronbelasting
Het kabinet heeft besloten de dividendbelasting te handhaven. De dividendbelasting en de bronbelasting op dividend naar laag belastende jurisdicties hebben inhoudelijke samenhang. Het is daarom nodig om de integratie van beide belastingen en de gevolgen hiervan, bijvoorbeeld voor de uitvoering, eerst te bestuderen. Daarom stelt het kabinet de invoering van de bronbelasting op dividend nu uit. De conditionele bronbelastingen op rente en royalty’s naar laag belastende jurisdicties hebben geen samenloop met de dividendbelasting. Voor deze bronbelastingen blijft het geplande tijdstip van inwerkingtreding 2021.

Stappenplan schenkingen van ouders aan kinderen: 10 aandachtspunten

  1. Wat zijn de financiële mogelijkheden en de vermogenspositie van de ouders?

  2. Wat zijn de gevolgen van een schenking voor het kind?

  3. Schenk verstandig; gebruik de jaarlijkse vrijstelling. voor 2018 bedraagt de jaarlijkse vrijstelling € 5.363.

  4. Schenk verstandig; gebruik de verhoogde vrijstelling bij kinderen tussen de 18 en 40 jaar; let op en laat u adviseren over de spelregels bij schenkingen voor een eigen woning (maximaal € 100.800), dure studie of opleiding (€ 53.602) en de gewone eenmalige verhoogde vrijstelling van € 25.731.

  5. Schriftelijke vastlegging is niet voorgeschreven maar wel aan te bevelen; denk ook aan het opnemen van bepaalde voorwaarden en clausules als bewijsstuk richting de belastingdienst. laat u hierover adviseren.

  6. Notariële akte; is niet noodzakelijk, maar kan in speciale gevallen worden gebruikt.

  7. Uitvoering geven aan de schenking; bankoverschrijving is aan te bevelen.

  8. Aangifte schenkingsrecht; binnen 2 maanden na afloop kalenderjaar van schenking met een digitale aangifte via de website van de belastingdienst.

  9. Melding aan belastingdienst; voor bepaalde schenkingen (eigen woning) is een melding noodzakelijk, ook als een dergelijke schenking onder de vrijstelling valt.

  10. Ontbindende voorwaarden / herroepelijke schenking / schenking binnen 180 dagen voor overlijden; laat u adviseren, hiervoor gelden namelijk speciale spelregels.

Voor- en nadelen van een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting

Wat is een fiscale eenheid?

Bij een fiscale eenheid worden de resultaten van de dochtermaatschappij toegerekend aan de moedermaatschappij. De dochtermaatschappij houdt niet op te bestaan. Fiscaalrechtelijk bestaat de dochtermaatschappij, maar zij is niet meer zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting komt tot stand door een verzoek in te dienen bij de Belastingdienst.

In artikel 15 Wet vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Vpb 1969) is de fiscale eenheid geregeld. Hierin is – kort gezegd – bepaald dat de moedermaatschappij met de dochtermaatschappij een fiscale eenheid kan worden gevormd ingeval:

– een moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit,
– recht heeft op minstens 95% van de winst en minimaal 95% van het vermogen van de dochtermaatschappij,
– minimaal 95% van het stemrecht in de dochtermaatschappij heeft.

Daarnaast is onder andere bepaald dat de moeder- en de dochtermaatschappij feitelijk gevestigd moeten zijn in Nederland, dat ze eenzelfde boekjaar hebben en dat er sprake is van eenzelfde wijze van winstberekening.


Wat zijn de voordelen?

1) Lagere vennootschapsbelasting door horizontale verliesverrekening
Wanneer de ene concernmaatschappij winst behaalt en een andere concernmaatschappij verlies lijdt, en geen sprake is van fiscale eenheid, dient de vennootschap die winst heeft behaald vennootschapsbelasting te betalen over de behaalde winst. Het verlies geeft (vaak) geen recht op teruggave van vennootschapsbelasting. Indien sprake is van een fiscale eenheid, kan de concernmaatschappij het verlies dat is geleden door de andere maatschappij aftrekken van zijn behaalde winst, waardoor minder vennootschapsbelasting is verschuldigd (horizontale verliesverrekening).

2) Intercompany transacties
Ingeval van een fiscale eenheid bestaan transacties tussen de vennootschappen, zogenaamde “intercompany transacties”, niet. Interne transacties zijn “non-existent” voor de vennootschapsbelasting. Er kan onderling geschoven worden met activa en passiva, zonder dat er correcties hoeven plaats te vinden. In de geconsolideerde jaarrekening worden de resultaten uit deze transacties volledig verwijderd. Deze transacties kunnen wel weer gevolgen hebben bij latere verbreking van de fiscale eenheid.

3) Administratief voordeel
U kan volstaan met één gezamenlijke aangifte in plaats van één aangifte voor elke afzonderlijke maatschappij.

Iedere vennootschap dient wel nog steeds afzonderlijk een jaarrekening te maken. Deze jaarrekeningen worden per dochtermaatschappij afzonderlijk ingevoerd in de aangifte van de moedermaatschappij.

4) Herstructurering: geen afrekening over stille reserves
Bij een herstructurering binnen de fiscale eenheid blijft heffing over de stille reserves achterwege. Indien sprake is van een fiscale eenheid, is niet bij elke overdracht, hergroepering of splitsing binnen de groep, vennootschapsbelasting verschuldigd over de stille reserves. Deze handelingen bestaan niet voor de vennootschapsbelasting. Let op dat bij latere verbreking van de fiscale eenheid mogelijk alsnog vennootschapsbelasting is verschuldigd.


Wat zijn de nadelen?

De fiscale eenheid heeft (uiteraard) niet alleen voordelen, maar ook nadelen:

1) Aansprakelijkheid
Vennootschappen die een fiscale eenheid vormen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de door de moedermaatschappij verschuldigde vennootschapsbelasting. De Belastingdienst kan dus elke vennootschap, binnen de fiscale eenheid, aanspreken voor het totaal verschuldigde bedrag aan vennootschapsbelasting.

Deze aansprakelijkheid geldt uiteraard alleen voor schulden die zijn ontstaan na het aangaan van de fiscale eenheid en eindigen bij de verbreking van de fiscale eenheid.

2) Investeringsaftrek
Ingeval van een fiscale eenheid krijgt u als ondernemer mogelijk een lager bedrag aan investeringsaftrek. Bij de berekening van het bedrag aan gedane investeringen wordt bij de fiscale eenheid uitgegaan van het totaalbedrag aan investeringen gedaan door de vennootschappen gezamenlijk. Dit verhoogt het bedrag aan investeringen. Bij de investeringsaftrek is het zo geregeld dat de hoogte van de aftrek afneemt naarmate het bedrag aan totale investeringen van de belastingplichtige (bij fiscale eenheid: de moedermaatschappij) toeneemt.

3) Liquidatieverlies
De liquidatieverliesregeling kan niet worden toegepast voor een deelneming in een fiscale eenheid. Deze regeling houdt – kort gezegd – in dat bij liquidatie van een onderneming, het verlies van de liquidatie (liquidatie-uitkering is lager dan hetgeen u voor de deelneming heeft betaald) in de holding aftrekbaar is. Indien sprake is van een fiscale eenheid kan bij ontvoeging van een deelneming uit de fiscale eenheid de liquidatieverliesregeling niet worden toegepast.

4) Verlies van het tariefsopstapje
Het tarief voor de vennootschapsbelasting is in Nederland in 2018 25%. Voor de eerste € 200.000 aan belastbare winst geldt een verlaagd tarief van 20%. Bij een fiscale eenheid wordt dit verlaagde tarief van 20% slechts eenmaal toegepast, namelijk over het resultaat van de fiscale eenheid.

Maken alle vennootschappen van aanvang af een winst boven de € 200.000 dan is te overwegen geen fiscale eenheid aan te gaan. Bij een fiscale eenheid gaat dan 5% van € 200.000, dus € 10.000, per vennootschap verloren.


Conclusie

Er kleven zowel voor- als nadelen aan het aangaan van een fiscale eenheid. U dient als ondernemer de afweging te maken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. De Belastingdienst zal verzoeken van (grensoverschrijdende) fiscale eenheden honoreren, indien voldaan is aan de voorwaarden voor de fiscale eenheid zoals genoemd onder 1.

Zijn uw oudedagsvoorzieningen op orde?

oudedagvoorzieningen

Veel mensen weten tegenwoordig niet wanneer ze met pensioen kunnen gaan en wat hun inkomen dan zal zijn. Om meer duidelijkheid daarin te krijgen zijn de antwoorden op de volgende 10 vragen van belang:

  1. Weet u of u op uw AOW gerechtigde leeftijd een volledige AOW (100%) heeft opgebouwd?
  2. Weet u wanneer uw AOW uitkering ingaat?
  3. Wat is de hoogte van uw pensioenaanspraken?
  4. Weet u wanneer uw pensioen zou kunnen ingaan? Dit hoeft niet gelijk te zijn aan het antwoord op vraag 2.
  5. Heeft u in privé nog andere inkomensvoorzieningen voor de oude dag opgebouwd?
  6. Zo ja, weet u de hoogte en de ingangsdatum daarvan?
  7. Zijn er in eigen beheer pensioenaanspraken opgebouwd en zijn deze voldoende gedekt?
  8. Heeft u in privé of in de onderneming voldoende middelen beschikbaar of opzij gezet voor de oude dag?
  9. Is de waarde van de onderneming of zijn de aandelen in de B.V. voldoende als voorziening voor de oude dag?
  10. Heeft u bovengenoemde pensioen of andere uitkeringen al eens in kaart gebracht en afgezet tegen uw huidige privébestedingen en behoeften?

Aan de hand van de antwoorden op deze vragen brengen wij uw inkomen op de pensioengerechtigde leeftijd in kaart. Tevens kunnen wij daarbij een financiële planning maken en rekening houdende met de fiscale wetgeving wellicht mogelijkheden aandragen om de fiscale en financiële positie voor en na ingang van uw pensioen te verbeteren.

Heeft u vragen over uw oudedagsvoorziening of wilt u bezien of uw oudedagsvoorzieningen op orde zijn, dan kunt u contact met ons opnemen.

 

Bron: Ster Belastingadvies 28 december 2017 / Ron van der Spek